Zevenhuisjes | Harener Historie

In de rubriek Harener Historie verschijnt om de week een artikel van de hand van Eppo van Koldam. Van Koldam voelt zich betrokken bij de geschiedenis van de oud-gemeente Haren.

Op de foto ziet u de zogenaamde Zevenhuisjes (Rijksstraatweg 23 tm 35 ) tegenover de Dilgtweg in Haren. Alleen is van die Dilgtweg op de foto nog geen sprake. De foto dateert dus van voor 1934, want toen werd ten behoeve van Avondlicht het eerste stuk van de Dilgtweg aangelegd. Op de foto zijn de tramrails en de bovenleidingen van de elektrische tram goed te zien. Dat betekent dat we de foto kunnen dateren van na 1920.

De eerste bebouwing

Maar hoe komen die zeven huisjes daar? Lange tijd stond er op het perceel van de Zevenhuisjes een arbeiderswoning. We zien die woning op de eerste kadastrale kaart van 1830. De woning is dan eigendom van Pieter Jans Pieters. De familie Pieters exploiteert in Haren twee cichoreifabrieken. Oorspronkelijk staan deze fabrieken te Hemmen op het perceel, dat nu is genummerd Rijksstraatweg 47. Tussen 1825 en 1840 verplaatst de familie de productie naar Haren. Sluitstuk van die ontwikkeling is de bouw van de molen De Hoop ca 1840. Het is aannemelijk, dat Pieter Jans Pieters de woning op het terrein van de Zevenhuisjes verhuurd heeft aan een van zijn medewerkers. In 1830 is dat Thijs Egberts Thijsens met zijn gezin. Waarschijnlijk is de woning al eerder eigendom geweest van de vader van Pieter Jans Pieters.

Een tweede woning

Na het overlijden van Pieter Jans Pieters in 1844 verkopen zijn erfgenamen de woning. Korte tijd is ene Jan de Ruiter de eigenaar, maar in 1850 wordt dat de arbeider Harm Buning. Buning bouwt in 1872 een tweede woning op het perceel en wel helemaal op het noordelijkste puntje (nu Rijksstraatweg 23). De oude woning, die midden op het perceel stond, wordt in 1880 afgebroken. Na het overlijden van zijn vrouw in 1889 vertrekt Harm Buning naar zijn zoon Jans in Den Haag. Jans is daar kunst- en decoratieschilder. Sipke Boersma wordt in 1893 de nieuwe eigenaar. Boersma is eerder exploitant geweest van de herberg de Haardermolen bij de (huidige) Viaductweg en hij is daar ook nog steeds eigenaar van. Met de komst van Boersma zien we het gebruik van het perceel kantelen. Door de komst van de paardentram van Groningen naar Zuidlaren in 1892 is de stad een stuk dichterbij gekomen. Boersma en zijn opvolgende eigenaren zijn geen Harense arbeiders meer. Hun focus ligt op de stad Groningen. Direct na de aankoop bouwt Boersma een nieuwe woning aan de zuidzijde van het terrein. Een jaar later bouwt hij hier nog een schuur bij. Dit is de huidige woning Rijksstraatweg 35.

Verkoop van twee woningen en vijf bouwpercelen

Op 3 december 1899 plaatst Sipke Boersma de volgende advertentie in het Nieuwsblad van het Noorden. “Uit de hand te koop: 1. een huis, met of zonder tuin geschikt voor een rentenier, met twee kamers, een klein kamertje, keuken, achterhuis, met put en regenbak en een schuurtje, 2. een huis met voorkamer, melkenkamertje, koestal, varkenshok met bergplaats voor hooi, met of zonder tuin, en 3. vijf perceelen bouwterrein, alle gelegen aan den straat- en tramweg Zuidlaren-Groningen, drie kwartier afstand van Groningen”. Pas in 1902 komt het tot verkoop. Wrister Elema koopt het noordelijk deel met de woning uit 1872 en drie bouwterreinen en J.D. Rijkens het zuidelijk deel met de woning uit 1893 en twee bouwterreinen. Het terrein van de Zevenhuisjes is niet erg diep. Daarom leent het terrein zich niet voor bebouwing met een groot landhuis. Om die reden zal gekozen zijn voor een verkaveling voor zeven middenstandswoningen.

Wrister Elema

Wie was Wrister Elema? Ik moet eerlijk zeggen, dat ik niet goed vat op deze persoon heb kunnen krijgen. Dat komt waarschijnlijk ook, omdat hij – mogelijk na een wat langer ziekbed – jong overleden is. Wrister wordt in 1861 geboren te Roodeschool, hij trouwt in 1894 te Stedum met Gerardina Huizinga. Met Gerardina krijgt hij vier kinderen. De oudste wordt geboren in Ten Post en de andere drie in Loppersum. In 1902 verhuist hij naar Haren. Waarschijnlijk was hij bouwkundige. We zien in het begin van de vorige eeuw veel aannemers, die uit de provincie naar Haren trekken en daar voor eigen rekening en risico een woning bouwen. Meestal naar eigen ontwerp. Als zo’n woning wordt verkocht is er weer geld voor de bouw van een nieuwe woning. De activiteiten van Wrister Elema passen in dat plaatje, maar niet volledig. Zo treedt hij niet op als architect en heeft hij voldoende middelen om flink te investeren. Hij lijkt niet afhankelijk te zijn van de verkoopopbrengst van een woning om een volgende te kunnen bouwen. Mogelijk treedt hij wel op als aannemer, maar niet bij de bouw van de laatste twee woningen.

Bouw van zes woningen

Na de aankoop breekt Elema de in 1872 door Harm Buning gebouwde woning af en bouwt hierop een nieuwe woning (Rijksstraatweg 23). Architect van deze woning is C.H. Eldering. Kort daarop verkoopt hij een bouwperceel aan timmerman Arend Boekhoudt uit Groningen. Deze bouwt hierop in 1903 Rijksstraatweg 29. Dan bouwt Elema op de tussenliggende bouwpercelen in 1904 Rijksstraatweg 25 en 27. Van de laatste woning is C.H. Eldering wederom de architect. Waarschijnlijk ook van Rijksstraatweg 25, maar daarover heb ik geen gegevens kunnen vinden. In 1906 neemt Elema ook de percelen van de bovengenoemde J.D. Rijkens over. Hij verkoopt vervolgens de reeds bestaande woning Rijksstraatweg 35 aan Geert Vrieling. Op de twee bouwterreinen, laat hij in 1906/1907 de woningen Rijksstraatweg 31 en 33 bouwen. Beide onder architectuur van IJ. van der Veen. Vooral de architectonische detaillering van Rijksstraatweg 33 is bijzonder. De bouw van deze woningen wordt publiek aanbesteed.

In 1907 woont Wrister Elema niet meer in Haren, maar in Helpman. Hier bezit hij ook een aantal panden. Op 26 januari 1909 overlijdt Wrister Elema, hij is dan 48 jaar. Was hij al enige tijd ziek en moest hij daarom de bouw van de woningen Rijksstraatweg 31 en 33 uitbesteden? Na zijn overlijden gaan zijn erfgenamen in 1910 over tot scheiding van de boedel. Vier van de zeven huisjes zijn dan nog eigendom van de familie. Weduwe Gerardina Huizinga erft Rijksstraatweg 25, zoon Jacob Rijksstraatweg 27, zoon Lambertus Rijksstraatweg 31 en zoon Jan Rijksstraatweg 33. Zo blijven de woningen nog enige tijd in de familie. Als laatste verkoopt zoon Jacob in 1930 het huis Rijksstraatweg 27.