De interviewestafette

In de interviewestafette interviewt Kees Romijn mensen die wonen of werken in Haren. De geïnterviewde geeft het stokje zelf door aan de volgende.

Gezien de achternaam van de geïnterviewde van deze keer lijkt de Kerkstraat de aangewezen plek te zijn, maar voor het interview met Jolly Kerkstra strijk ik neer aan de Kromme Elleboog in Haren. Zij woont er in een huis met een diepe tuin. „Toen we dertien jaar geleden op zoek waren naar een woning, zijn we verliefd geworden op dit huis en eraan verknocht geraakt.” Voor het interview nemen we plaats aan de keukentafel.

Van Ede naar Haren

„Ik heet eigenlijk Jolande, maar omdat ik altijd lachte werd ik Jolly genoemd. Ik ben in Ede geboren in een gezin met vader, moeder en een jongere broer en heb een kerkelijke opvoeding gehad. Ik heb een prettige jeugd gehad en ben in een fijn gezin opgegroeid. Mijn vader werkte bij Van Gelder Papier, waar hij in de tekenkamer is begonnen en langzamerhand is opgeklommen. Hij was gegrepen door papier en vond dat daarop niet mocht worden bezuinigd. Mijn moeder werkte in een boekhandel en later als typiste op een kazerne, maar ze is gestopt met werken toen mijn ouders trouwden. Dat moest in die tijd nog. Dit accepteerde ze, maar ze had er later wel spijt van. Dat mijn moeder altijd thuis was, vond ik wel gezellig. Ik kon makkelijk leren en ben na de basisschool naar de gymnasiumopleiding van het Christelijk Streeklyceum in Ede gegaan. Mijn ouders hebben gestimuleerd dat hun kinderen gingen doorleren. Toen ik bij het ministerie van Economische Zaken (EZ) werkte, heb ik mijn man ontmoet en we zijn samen in Leiden gaan wonen. Mijn man kreeg werk in Groningen en zo zijn we in Haren terechtgekomen. We zijn samen met onze drie kinderen goed gesetteld en hebben ons heel welkom gevoeld. Ik vind het mooi en belangrijk om te investeren in de saamhorigheid in het dorp. Daarom ben ik actief bij hardloopgroep Haren Loopt, zit ik in het bestuur van de coöperatieve boekhandel Boomker en ben ik voorzitter van de kerkenraad van de Gorechtkerk. In dat kader werk ik ook mee aan de Koorgesprekken. Je moet er iets voor doen om aansluiting te vinden en we vinden het wonen in een dorp prettig, al vind ik de levendigheid van de grote stad ook leuk.”

Van Frans naar ‘speechschrijven’

„Ik ben een talenmens, maar heb op school ook exacte vakken gedaan, want ik wilde kinderarts worden. Totdat ik besefte dat je niet alle kinderen beter kunt maken. Meneer Van Beveren, mijn leraar Frans, zei toen: ‘Waarom ga je niet Frans studeren.’ Dat heb ik gedaan: in Utrecht, maar ik ben in Ede blijven wonen. Mijn ouders wilden mijn studie wel betalen, maar vonden het op kamers wonen erg duur. Ik ben beschermd opgevoed, was een volgzaam kind en heb me er niet tegen verzet. Ik heb er wel spijt van gehad, want ik heb daardoor veel gemist van het studentenleven. Halverwege de studie ben ik PR (public relations) & communicatie als bijvak erbij gaan doen. De colleges van communicatiewetenschapper prof. Anne van der Meiden waren zo populair dat ze in een kerk werden gegeven. Voor dat bijvak heb ik drie maanden in Den Haag stage gelopen bij de afdeling voorlichting van het CDA. Ik reisde het hele land door en mocht voor het partijblad zelfs Ruud Lubbers, destijds de minister-president, interviewen. Daar was ik erg van onder de indruk. Ik ben in 1987 afgestudeerd en aan het werk gegaan als persoonlijk medewerker van twee Tweede Kamerleden. Ik deed beleidsinhoudelijk werk en bereidde debatten en speeches voor. Vervolgens heb ik fractievoorlichting gedaan, waarbij ik goed heb leren schrijven. Daarna ben ik aangenomen als persvoorlichter bij het ministerie van EZ en deed ik de woordvoering voor minister Koos Andriessen over het energiebeleid, onder andere over de aardgasbaten. Destijds ging het alleen nog maar over de positieve kanten daarvan. De speeches voor de minister werden door beleidsambtenaren geschreven. In die tijd kwamen er steeds meer professionele speechschrijvers. Dat vond ik leuk werk, en ik ben dat toen gaan doen op het ministerie. Ik heb dat zes jaar met veel plezier gedaan. Toen de kinderen geboren waren, ben ik zelfstandig gaan werken en begonnen met freelance tekstschrijven voor voornamelijk de overheid. En dat doe ik nog steeds.”

Gemeentelijke herindeling

„Ik ben geen geboren Harenaar en was niet zo bezig met de herindeling. Toch heb ik wel gemerkt dat contacten met de gemeente voor bijvoorbeeld een testloop voor de 4 Mijl in Haren soepeler verliepen toen we nog een zelfstandige gemeente waren. Maar ik begrijp dat sommige taken te groot zijn voor een kleine gemeente. De consequenties zijn echter al merkbaar, bijvoorbeeld dat het Harener Weekblad nog maar weinig Harens nieuws heeft en daardoor een minder bindend karakter heeft.”

Volgende geïnterviewde

„Ik geef het interviewstokje door aan Luuk Tuinder.”

Kees Romijn