Hongerige Wolf, deel 1 | Harener Historie

In de rubriek Harener Historie verschijnt om de week een artikel van de hand van Eppo van Koldam. Van Koldam voelt zich betrokken bij de geschiedenis van de oud-gemeente Haren.

Als u de titel van deze bijdrage ziet, zult u wel denken, dat ik in de war ben. Haren heeft ‘Huis de Wolf’. ‘Hongerige Wolf’ is een gehucht in de gemeente Oldambt en ligt ten noordoosten van Finsterwolde in de nabijheid van Ganzedijk. Wat heeft Haren te maken met Hongerige Wolf? Ik zal u dat uitleggen en ik heb daar inderdaad meer dan één aflevering voor nodig.

Herberg ‘De Wolf’

Op het terrein waar nu aan de Rijksstraatweg het ‘Huis De Wolf’ staat, stond vroeger de herberg ‘De Wolf’, ook wel de herberg ‘daar de Wolff uijthangt’. De oudste vermelding van deze herberg dateert uit 1691, maar zeer waarschijnlijk bestond de herberg al in 1679. In dat jaar werd hier door Albert Vonck een behuizing getimmerd. Enige tijd later stond dezelfde Albert Vonk bekend als herbergier. De grond waarop de herberg werd gebouwd behoorde vroeger bij het klooster Yesse te Essen. Na de reformatie (reductie van Groningen in 1594) werd dit eigendom van de provincie Groningen. Henricus Teijsinga heeft de landerijen van de provincie, die in onze gemeente liggen, in 1732 in opdracht van de provincie in kaart gebracht. De herberg staat ook op deze kaart. Niet als ‘De Wolf’, maar als ‘Vonck’. De herberg is dan overigens al enige tijd geen eigendom meer van Albert Vonk en zijn nazaten. In 1719 is de herberg gekocht door de bierbrouwer Jan Hillebrants uit Groningen, die in dezelfde periode ook de herberg ‘De Haarder Molen’ in Harenermolen in eigendom had. Waarschijnlijk om de afzet van zijn bier zeker te stellen. De exploitatie laat hij over aan pachters, die uiteraard alleen ‘Hillebrantsbier’ mogen tappen.

‘Huis De Wolf’

Tussen 1679 en 1818 werd de herberg ‘De Wolf’ met wisselend succes geëxploiteerd door diverse herbergiers. Eind 1818 kwam hieraan een einde. Toen kocht mr. Albertus Reiger, advocaat in de stad Groningen het pand en verbouwde het tot buitenverblijf. Albertus Reiger overleed in 1831. Zijn graf is te vinden naast de kerk in Haren. In 1891 kwam het terrein van de voormalige herberg in handen van Atze Wassenaar. Een zeer bemiddelde rechtenstudent uit St Jacobi Parochie in Friesland. Wassenaar liet de oude bebouwing, die dicht bij de Rijksstraatweg stond, afbreken en bouwde verder naar achteren op het perceel een geheel nieuw landhuis, het huidige ‘Huis De Wolf’. In 1917 werd het ‘Huis De Wolf’ aangekocht door de Rijksuniversiteit Groningen en ontstond hier het begin van de Hortus Botanicus.

Wolven in het bos

In diverse geschriften wordt vermeld, dat de herberg ‘De Wolf’ zo genoemd is, omdat hier vroeger in het bos wolven rond liepen. Een spannend verhaal, maar heeft het enige realiteitswaarde? Inderdaad werd het gebied ten noorden van het dorp Haren vroeger ‘De Harener Holt’ genoemd. Deze benaming komen we nog tegen in een document uit 1563. Het ging hier om bos en ruwe weide. Door een dichte leemlaag vlak onder de oppervlakte was het terrein lang ongeschikt voor de landbouw. De ontginning is dus laat op gang gekomen. Omstreeks 1640 wordt van een Willem van der Stappen vermeld, dat hij “tot Hemmen in ’t Holt” woonde. Zeer waarschijnlijk betrof dit de boerderij, die iets ten noorden van het huidige ‘Huis De Wolf’ staat (Rijksstraatweg 72 te Haren). Toen was er dus waarschijnlijk al sprake van vergaande ontginning. Er was een boerderij, maar ook de aanduiding ‘holt’ was nog in gebruik. Over de omvang van het bos moeten we ons geen te grote voorstelling maken. Zeker rond 1200, maar waarschijnlijk al eerder, waren er in de omgeving al kleine boeren-nederzettingen ontstaan: Essen, met vanaf 1217 klooster Yesse, Dilgt, Hemmen met de ‘Hof te Hemmen’ en Haren. Bij de Harener Holt ging het dus om een relatief klein bosgebied, dat ook nog tussen drukke doorgaande wegen lag: de Heerweg (nu Rijksstraatweg) en de Oosterweg, die toen nog doorliep naar Groningen. Als we nu bij de herintreding van de wolf in Nederland lezen hoe groot het voor een wolvengezin benodigde territoir is, mogen we er rustig vanuit gaan, dat er in onze gemeente al vanaf 1200 geen wolven meer voorkwamen. Hoogstens een ‘dwaalgast’. De aanwezigheid van wolven was dus zeker geen reden om er een herberg naar te vernoemen.

Hongerige Wolf

En die conclusie over de naamgeving brengt mij naar Hongerige Wolf. In het tijdschrift Stad en Lande (jaargang 24, nr 4, 4e kwartaal 2015) hebben de heren Hendrik van der Ham en Gerrit Smit een bijdrage geschreven onder de titel “Hongerige Wolf ligt niet toevallig aan de Egyptische dijk”. Zij geven aan, dat de term ‘hongerige’ niets heeft uit te staan met honger, maar een verwijzing is naar zigeuners of Roma. Vroeger werden deze mensen namelijk naar hun vermeende land van herkomst ook wel Hongaren genoemd. Overigens dacht men in een periode daarvoor, dat ze uit Egypte afkomstig waren. Vandaar de naam ‘Egyptische dijk’. In Engeland worden de Roma nog steeds ‘gipsy’ genoemd, naar hun vermeende Egyptische herkomst. Maar dan het voor ons veel interessantere tweede deel van de naam: ‘wolf’. Hiervoor wordt in het genoemde artikel terug gegrepen op een publicatie van J. Helsen uit 1961 getiteld “de woorden hond en wolf in plaatsnamen”, uitgegeven door het Instituut voor Naamkunde van de universiteit van het Belgische Leuven. Volgens Helsen wordt de naam wolf gebruikt voor plaatsen, die zich aan de rand van dorpen bevinden. En dat was en is inderdaad precies de locatie van onze herberg/huis De Wolf.