Ommekeer | column Buitenspel

GRONINGEN Vorig seizoen gebeurde er ineens iets geks in Euroborg. Terwijl er op de tribunes steeds meer lege groene kuipjes te zien waren, werd de sfeer juist steeds beter.

Sterker nog: hoe meer FC Groningen verloor, hoe harder de supporters op de Z-side, alias Noordtribune, alias Tonny van Leeuwen Tribune achter de ploeg gingen staan. Heel eventjes was er iets van een crisisgevoel - na de onthutsende 2-0 bekernederlaag tegen FC Twente - maar dat zette ondanks nog een paar nederlagen niet door. Ook de support in uitwedstrijden nam gaandeweg toe. Die verminderde - uiteraard - niet toen de resultaten verbeterden en ook niet toen FC Groningen dit seizoen opnieuw een matige seizoenstart beleefde. Met nu een magere zeven punten uit acht duels, tegen een jaar geleden slechts vier uit tien.

Waar komt die gegroeide aanhankelijkheid vandaan? FC Groningen speelt onder Danny Buijs beslist niet aanvallender dan onder zijn voorgangers Erwin van de Looi en Ernest Faber. Maar wel met meer strijd. Dat ziet de aanhang graag. Buijs neemt de supporters ook nadrukkelijk mee in het leren waarderen van een goede verdedigende organisatie. De trainer wijst er dan ook telkens uitgebreid op wanneer er tegengoals onstaan uit defensieve wanorde. Zoals zondag bij het doelpunt van Feyenoord, toen bij een vrije trap van FC Groningen te veel spelers voor de bal stonden en er te weinig mankracht was om een gevaarlijke tegenstoot te verijdelen. Buijs schroomt ook niet om de aanhang te vertellen dat zijn spelersgroep meer arbeid levert en meer voor de sport leeft dan in zijn eigen - misschien ietwat verheerlijkte - tijd als speler.

Elftal en aanhang positief met elkaar in verbinding brengen, zoals hij dat zelf meemaakte als speler, lijkt haast een doel op zich voor Buijs. Hij is aardig op weg om dat doel te bereiken.