Hoogleraar Joost Herman vecht tegen beschuldigingen RUG

Hoogleraar Joost Herman ontkent dat hij met zijn stichting NOHA de Rijksuniversiteit Groningen voor 1,2 miljoen euro heeft benadeeld. Dit staat in een verklaring die vrijdag op de Faculteit der Letteren is verspreid. ,,Mijn reputatie is binnen enkele dagen nationaal en internationaal ernstig beschadigd en besmeurd.’’

De RUG deed aangifte van subsidiefraude en valsheid in geschrifte. Ook legde ze voor 1,2 miljoen euro beslag op het banktegoed van de stichting. De stichting NOHA Brussel legde volgens advocaat Theo de Jong van Herman ook beslag op de persoonlijke bankrekeningen van de hoogleraar. De Jong: ,,Hierdoor was zelfs afrekenen in de supermarkt niet meer mogelijk.’’

Ook beslag gelegd op persoonlijke banktegoeden van hoogleraar

Herman was vanaf 2014 voorzitter van de stichting NOHA Groningen waardoor volgens de RUG 1,2 miljoen euro niet bij de universiteit is terechtgekomen. De RUG was volgens het College van Bestuur niet over de oprichting van deze stichting, die op het adres van de Faculteit der Letteren staat ingeschreven, geïnformeerd. Deze heeft heeft als doel: ‘het bevorderen van wetenschappelijke activiteiten van en door het Network On Humanitarian Action (NOHA) en op het gebied van humanitaire hulpverlening in brede zin.’

NOHA is afgeleid van het internationale programma Network On Humanitarian Action, een opleiding voor studenten op het gebied van humanitaire hulp in crisissituaties. Deze opleiding wordt door een netwerk van Europese universiteiten, waaronder de RUG, gezamenlijk aangeboden. De Jong: ,,Europa subsidieert deze opleiding en de stichting NOHA Brussel zorgt dat dit bij de deelnemende universiteiten terechtkomt.’’

‘Immateriële en materiële schade door handelswijze RUG’

Herman, oud-voorzitter van de stichting NOHA Brussel, legt in zijn verklaring uit dat hij een eigen stichting in het leven riep om de bureaucratie van de RUG te omzeilen. Elke cent is volgens hem in het opleidingsprogramma gestoken. ‘De handelswijze van de universiteit heeft mij en mijn familie ernstige immateriële en materiële schade toegebracht.’