Opinie: 'Verdwaald in Groningen wereldstad?'

Groningen groeit richting een internationale stad met 250.000 inwoners waar je de koffie soms alleen in het Engels kunt bestellen. Het maakt Stadjers soms tot een vreemde in hun eigen stad.

Als ik een drankje bestel, krijg ik een verbaasde reactie: Sorry? Of ik het even in het Engels wil doen, please. Op straat hoor ik kwetterend Spaans, opgewonden Duits, en onverstaanbaar maar zeker weten Chinees. Het geluid komt van de stoep voor een universiteitspand, de roltrap van de Hema, van de AH in de oude Korenbeurs. Waar ik ben? Gewoon, in Grunn. Je weet wel, van de boeren.

En waar is dan die knauwende Groninger? Of heeft hij zijn stem verruild voor de zwaar ronkende tractor waarmee hij van zich laat horen, omdat we zijn echte stem niet meer verstaan?

<b>Pandjesbazen</b>

Groningen groeit richting wereldstad, en, om met de woorden van Deelder te spreken: dat doet ze al heel lang. Studenten uit alle windstreken, internationale bedrijven, cultuurzoekers, iedereen komt naar hier. De stad maakt zich op voor 250.000 inwoners in 2035. Burgemeester en wethouders buigen zich over een mobiliteitsplan voor de dagelijkse stroom van 200.000 reizigers. Honderden studenten krijgen plek in de pasgebouwde Zernike Tower, een Amerikaans bedrijf zag daar wel brood in. Groninger pandjesbazen zien dollartekens en kopen huizen op. Woningprijzen gaan door het plafond.

Als we een voorbeeld mogen nemen aan internationale groeisteden, dan is Amsterdam ons voorland. Daar proberen ze met zwaar geschut de inname van ‘hun stad’ tegen te gaan: Airbnb-verhuur aan banden leggen. Ja, zelfs tegen die reus durven ze op te staan, alles voor het behoud van hun stad.

<b>Melancholie</b>

Weerstand moeten we bieden want wij waren hier eerst. Goed, wij kwamen ook van buiten, maar nu is het onze stad. Het is een strijd gevoed door melancholie en aangewakkerd door onrecht. In het stadhuis neemt bestuurlijk Groningen maatregelen. Kamerverhuurpraktijken worden beantwoord met een verhuurvergunning. We doen heus ons best, maar de race is al gelopen. Londen ging ons voor, Amsterdam ging ons voor. En nu wordt ook Groningen een stad waarin kinderen het zich niet kunnen veroorloven om in dezelfde plaats als hun ouders te gaan wonen. Wen er maar aan.

Begrijp me goed: ik begrijp hen heel goed, die studenten, werkers en toeristen. Als ik hen was, zou ik ook hier willen zijn. In deze stad die nog lijkt te functioneren als een dorp. Je familie kan gerust zijn als ze zien dat kinderen hier per bakfiets naar school gebracht worden. Ach wat schattig.

Maar in een zwak moment denk ik aan de échte Korenbeurs waar ik als nieuwbakken student overjarige verf kocht, inderdaad toen nog aan de Vismarkt. Waar is die stad gebleven? We bewaken herinneringen aan een niet meer bestaande stad. Pas als die zijn vervlogen, geven we het stokje door aan de nieuwkomers na ons. Dan bewaken zij hún herinneringen. Dan zetten ze een standbeeld van een tractor op het Martinikerkhof omdat dat in hun tijd nog voorkwam, een boer op straat. Zoals Het Peerd voor het station herinnert aan een stad die niet meer bestaat. Al lang niet meer.

Als een vreemde in je eigen stad. Toch, er is hoop. En die hoop is het schilderij in de oude raadszaal in het stadhuis. De Groninger Stedenmaagd met in haar hand de wit/groen/witte vlag. Nee, niet van de FC, van de stad. Die daarom ook niet geheel toevallig de kleuren van de voetbalclub zijn. Oog in oog met deze vrouw weet je wat je te doen staat.

Óf: Het zal jouw tijd wel duren. Trek je terug in de weidsheid van de ommelanden. Niehove bijvoorbeeld, dat in 2019 is uitgeroepen tot mooiste dorp van Nederland omdat het zo gaaf en intact is, dus zoals vroeger. Of... óf pak op, die groenwitte vlag, hef het hoofd, zet je schouders eronder en trek de stad de toekomst in: Dit is Groningen, onze wereldstad.

Trijntje de Haan is inwoner van Groningen.