Column Achter het behang #12 (over een gezin in coronatijd): De verbeelding doet de rest

Drie weken geen school, drie weken thuiswerken, drie weken op elkaars lip. Of nog langer? Verslaggever Maaike Borst schrijft dagelijks over haar gezin in coronatijd.

De pizzeria heeft kaarsjes op tafel staan en draait Andrea Bocelli. We hebben voor het eerst in twee weken nette kleren aangetrokken en onze aan elkaar geklitte haren gekamd. Een gekke Italiaanse ober maakt grapjes met de jongens.

We zijn uit eten. De pizzeria lijkt verdacht veel op ons eigen huis en de ober heeft wel iets weg van de systeembeheerder, maar dat hindert niet. Bocelli klinkt hier precies hetzelfde, de afgehaalde pizza’s smaken uitstekend en de wijn is zelfs beter.

De verbeelding doet de rest.

In het weekend dat de intensive care-afdelingen van de Nederlandse ziekenhuizen vol stromen met coronapatiënten, maken wij een boswandeling, schrobben het huis, kijken naar Nederland-Spanje uit 2014 en spelen pizzeriaatje. De opa van een klasgenootje van de oudste is opgenomen in het ziekenhuis, we kennen ook iemand die bijna weer naar huis mag.

Ik bel een vriendin die al twee weken verkouden is. Ze maakt zich geen zorgen om haar gezondheid, wel over hoe gemakkelijk we in deze crisis de digitalisering omarmen en onze privacy nog verder opgeven. Daarna wisselen we via de smartphone mooie muziekjes uit.

Ik stuur haar Sparklehorse, omdat ik bij wijze van troost-TV net een mooie oude documentaire over Sparklehorse-brein Mark Linkous had gekeken met de systeembeheerder (die trouwens liever had gewild dat ik hem hier muzikant had genoemd, of iets anders menselijks als vader ofzo).

Mark Linkous woonde in een afgelegen oude boerderij die sociale isolatie ademde. Hij vertelde hoe hij door een bizar ongeluk dat hem bijna fataal was geworden de kleine dingen van het leven beter was gaan zien: ,,Baby’s, dieren, insecten.’’

Hij leeft niet meer. Linkous pleegde zelfmoord in 2010. Zijn liedjes, vond hij, waren niet van hem - net zoals de bomen en dieren op zijn land niet van hem waren. Hij dirigeerde en verspreidde de liedjes alleen maar, en hoopte dat hij daarmee iets goeds kon brengen in het leven van anderen.

,,Stel je voor’’, zegt de vriendin aan de telefoon. ,,Dat je weken in quarantaine zou moeten zitten zonder de verbeelding van kunstenaars.’’