Halil Yildiz: ‘mazzel dat we hier mogen wonen en werken’

GRONINGEN Om zichzelf zo snel mogelijk in het Nederlands verstaanbaar te kunnen maken en vlotter te kunnen integreren, verhuist Halil Yildiz met vrouw en kind in 1992 naar een plaats waar zo weinig mogelijk buitenlanders wonen.

Dat wordt Midwolda. Na drie jaar volgt een nieuwe verhuizing voor het gezin. Nu naar Groningen. „Ik vind het hier geweldig. Ik had gelijk een klik met de stad.”

Halil (57) is geboren en volwassen geworden in het centraal in Turkije gelegen Kayseri. De Koerd is de achtste telg in een samengesteld gezin met twaalf kinderen keurig verdeeld over beide geslachten: zes meisjes, zes jongens. Als Halil in 1992 Kayseri met vrouw en zoon verlaat, wonen er ruim een half miljoen mensen. Sindsdien is de industriestad enorm gegroeid. Inmiddels is het inwonertal naar bijna 1,5 miljoen gegroeid. „Nederland was geen bewuste keus toen wij ons heil buiten Turkije zochten”, vertelt Halil. „Maar eenmaal hier hadden we meteen een thuisgevoel en besloten we om te blijven.”

Naar Midwolda

De eerste vijf, zes maanden woont het jonge gezin Yildiz in de buurt van Eindhoven, te midden van veel andere buitenlanders. In Eindhoven wordt hun dochter geboren en dan is het gezin compleet. Halil besluit te verhuizen naar een plaats waar hij en zijn gezin min of meer gedwongen worden om Nederlands te spreken en vindt een huurwoning in het Oost-Groningse Midwolda. „Wij waren daar de enige buitenlanders”, vertelt hij met een glimlach. „We werden er heel goed opgevangen. De mensen waren nieuwsgierig naar ons en wij naar hen. Wij hebben nog steeds contacten met dorpsgenoten van toen.”

Naar binnenstad

Na drie jaar besluiten Halil en zijn vrouw met hun twee kinderen naar Groningen te verhuizen. „Ik kon me inmiddels goed verstaanbaar maken en de kinderen moesten naar school. Eigenlijk was de stad voor ons de enige optie.” Het gezin vindt een huurwoning in Vinkhuizen. Zijn vrouw gaat in een kapsalon in het centrum werken en hijzelf maakt zijn net afgeronde opleiding tot werktuigbouwkundig installateur te gelde. Sindsdien is hij geen dag zonder werk thuis gebleven. „Al was het in het het begin nog best lastig om een baan te krijgen. Dat is nu wel anders. Tegenwoordig is er juist veel vraag naar technisch onderlegd personeel.”

Kapsalon en lunchroom

In 2002 verhuizen ze naar de binnenstad waar hij een pand heeft gekocht aan de Oude Kijk in ‘t Jatstraat. Hij verbouwt het met de hele familie. Op de begane grond bestiert zijn vrouw er met een compagnon kapsalon Jottem. „Een eigen kapsalon was een droom mijn vrouw. Zij is een doorzetter en ondernemend.” Halil werkt jarenlang in de bouw maar stopt in 2018 als uitvoerder. „Ik heb mijn baas steeds gezegd dat ik op mijn 55ste zou stoppen. Hij wilde liever dat ik zou blijven, maar mijn besluit stond vast. Ik had bijna twintig jaar een dubbele baan gehad en kon dat niet volhouden.” Zijn baas betaalt een afscheidsfeest voor hem, compleet met buikdanseres. Het feest wordt gehouden in de aan de kapperszaak grenzende lunchroom die hij vijf jaar geleden samen met zijn vrouw heeft overgenomen.

„Het was toen nog geen lunchroom. Er zat een schaakcafé in. Daar werd flink gerookt. Als wij ‘s zomers in onze woning boven de kapsalon het raam open hadden staan, kwam de rook binnen. Daar hadden we last van.” Hij doet een bod op het café en dat wordt geaccepteerd. „Het was een idee van mijn vrouw. Zij is een betere ondernemer dan ik. Ik ben meer de technicus. Ik heb het pand samen met mijn zoon volledig verbouwd.” De eerste jaren runt zijn zoon de lunchroom, daarna zijn dochter. „Wij hebben daar nu personeel voor, want mijn dochter is in Maastricht als biologe aan het promoveren. Wij zijn als bedrijf de laatste jaren flink gegroeid. We zijn heel klein begonnen, maar hebben nu inclusief parttimers veertien mensen in dienst. Het is een mix van nationaliteiten. Eigenlijk vormen we samen een kleine familie. Dat voelt goed. We staan altijd voor elkaar klaar. Als je hard wilt werken, eerlijk en open bent, kun je altijd vooruit.”

Goede contacten

Zoals hij altijd weer terecht kan bij zijn oude werkgever in de bouw. „Ik heb nog goede contacten met oud-collega’s en wordt nog steeds uitgenodigd voor feesten.” Hij heeft al enkele klussen aangeboden gekregen, maar het is er nog niet van gekomen om ze aan te nemen. „Ik heb het veel te druk gehad met verbouwen en met de administratie van beide bedrijven.”

Wat hij van Groningen vindt? „Geweldig. Vanaf het begin voelde ik een klik met de stad. Groningen is een van de mooiste steden van Nederland. Wij hebben geluk dat wij hier mogen wonen en werken. Op een van de mooiste plekjes in de stad, vlak bij het Academiegebouw.”

Een mooie stad om in Turkije te bezoeken, vindt hij Mardin, in het zuidoosten van het land. De stad staat als geheel op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO. „Je treft er een mix van Turkse culturen. Het overgrote deel is Koerdisch. Je hebt er ook wel een McDonalds maar vooral heel veel authentieke restaurantjes.”