Geen angstcultuur bij rechtbank Noord Nederland, wel diepgeworteld wantrouwen

Er heerst binnen de rechtbank Noord-Nederland geen angstcultuur, maar er is wel sprake van een diep geworteld wantrouwen. Het rechtbankbestuur is tekort geschoten bij incidenten. Wat nodig is een streep te zetten onder het verleden en de strijdbijl te begraven.

Dit is de conclusie van organisatieadviesbureau Berenschot dat vanmiddag is vrijgegeven.

In het rapport staat: ‘Het al vele jaren bestaande gevoel van sociale onveiligheid moet doorbroken worden door het eerlijk en open delen van informatie met elkaar, het praten met elkaar in plaats van over elkaar en het delen van onderlinge verwachtingen’.

Volgens de onderzoekers hebben de meeste medewerkers wel een goede werkrelatie met hun direct leidinggevende, zijn trots op hun werk en voelen zich verwant met hun ‘eigen’ locatie, maar niet of veel minder met de rechtbank Noord-Nederland.

In november vorig jaar werd besloten tot een onafhankelijk onderzoek, na aanhoudende onrust binnen de rechtbankorganisatie. Een maand eerder stapte geheel onverwacht rechtbankpresident Maria van de Schepop op. De onrust had geleid tot de vertrouwenskwestie, reden voor Van de Schepop haar functie neer te leggen. Kort voor haar vertrek waren de resultaten bekend geworden van een medewerkers tevredenheidsonderzoek. Het bestuur van de rechtbank kreeg een dikke onvoldoende.

Vijf incidenten

Het onderzoek richtte zich op vijf incidenten uit 2019. Het gaat dan om het gelijktijdig ontslag van drie management-assistenen, het vervangen van een (populaire) bedrijfsarts, het opstappen van de voorzitter van de interne integriteitscommissie en het monddood maken van een kritische rechter.

Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van waarnemend president Herman van der Meer, tevens president van het gerechtshof in Amsterdam. Vorige week werd bekend dat hij een paar maanden langer blijft dan aanvankelijk de bedoeling was, nu tot november dit jaar.