Fietsverbod in fietsstad Groningen haalt het slechtste in de mens naar boven: een ijsje voor de NSB'er

Het fietsverbod in de binnenstad van Groningen is als een eetverbod in een restaurant. Over vloeken en tieren, smoesjes en olifantenpaadjes.

NSB’er, klootzak, racist. Pipo!

Och arme verkeersregelaars.

Ze hebben het al nooit gemakkelijk, maar zie ze hier staan, bij de hekken die fietsend Groningen moeten beletten de binnenstad in te gaan. Daar geldt een fietsverbod. Maar krijg dat de inwoners van fietsstad Groningen maar eens uitgelegd.

Kijk hun dan!

Meest gehoorde uitspraak van fietsers die gewoon door karren? ,,Kijk hun dan!’’ Ze wijzen naar fietsers even verderop. ,,Hun fietsen toch ook?!’’ En hopsa, ze fietsen achter ‘hun’ aan. ‘Hun’ dat is de ander. Wat de ander mag, mag iedereen - het is welhaast Cruijffiaanse logica.

En daar staan dan de verkeersregelaars. Te weinig strepen om werkelijk in te grijpen, maar wel ingehuurd om fietsend Groningen tot stilstand te manen. ,,Nee mevrouw, met de fiets aan de hand lopen mag óók niet. De binnenstad moet fietsvrij zijn.’’

Oprechte verbazing. Fietsverbod? Hoezo?

De verkeersregelaar is erger gewend

,,Regels van de gemeente, mevrouw’’, klinkt het vriendelijk. De verkeersregelaar bij de Haddingestraat vouwt een ingewikkelde kaart open. De vrouw kijkt er even op en loopt verder. Mét fiets.

De verkeersregelaar haalt zijn schouders op. Hij is erger gewend. ,,Gisteren stond ik bij de Abrug, daar kwam iemand met veel bombarie van z’n fiets af. Die zou mij wel even een lesje leren. De man van de kledingzaak op de hoek sprong ertussen.’’

(Tekst loopt door onder video)

Wilt u een ijsje?

Hij zegt: ,,Mensen zijn boos. Ze zijn niet op de hoogte van dit verbod, er is te weinig informatie over.’’

Hij houdt een fietser staande, althans, hij poogt dat. De man fietst verder. ,,Hou toch je bek’’, roept hij over z’n schouder. Een meneer komt aangelopen. ,,Wilt u een ijsje?’’ vraagt hij de verkeersregelaar. Die schudt zijn hoofd beleefd.

Ambtenaren zitten zich te vervelen

Het fietsverbod in de drukste straten van de binnenstad geldt sinds maandag. De horeca opende die dag z’n deuren en mét fietsers erbij zou het zomaar een onoverzichtelijke kluwen van fietsers, wandelaars en terraszitters kunnen worden. Fietsers eruit, probleem opgelost - zo was de gedachte.

,,Typisch ontsproten aan het brein van ambtenaren die zich hebben zitten vervelen’’, zegt een man die via een olifantenpaadje de Folkingestraat in is gefietst en voor café De Beurs staande wordt gehouden. ,,Op het Trompbruggetje mag je ook niet fietsen’’, moppert hij.

Twee guest welness hosts (?) staan voor de deur van De Beurs en weten niet wat ze meemaken met de verkeersregelaar voor de deur. ,,Het is schrikbarend hoe lomp mensen zijn’’, recenseren ze fietsend en morrend Groningen.

Dat relativeert de verkeersregelaar in de Brugstraat. Jazeker, hij heeft gevloek en gescheld gehoord, hij is uitgemaakt voor racist. ,,Maar in 95 procent van de gevallen gaat het goed’’, zegt hij.

Wat is het volgende commando?

Hij rekent even buiten de talloze fietsers met oortjes in die niet op of om kijken. Buiten alle mensen die smoesjes verzinnen: ze wónen in de binnenstad! Ze betalen toch zeker belasting! Buiten skaters die voorbij suizen.

In antiquariaat Isis in de Folkingestraat is de verontwaardiging over het fietsverbod groot. ,,In het hele land gelden sinds maandag extra verruimende maatregelen en in Groningen nemen de ambtenaren en politici dit besluit. Het is hier in de straat weer net zo uitgestorven als in het begin van corona’’, briest Theo Butterhof. Een van zijn klanten ziet het verbod met lede ogen aan. ,,Wat is het volgende commando?”