Waarom demonstrerende boeren volgens deze RUG-hoogleraar bij supermarkten aan het verkeerde adres zijn

Boeren blokkeren distributiecentra van supermarktketens. Ze eisen betere prijzen. Hoe realistisch is dat?

Dat boeren in actie komen is begrijpelijk, vindt hoogleraar Ondernemerschap in de Detailhandel Laurens Sloot (Rijksuniversiteit Groningen). Maar bij de supermarkten zijn ze niet aan het juiste adres. De oplossingen moeten volgens hem uit de Haagse en Europese politiek komen. Sloot reflecteert op 5 pijnpunten.

1. Prijs

,,Er bestaan geen studies van de Nederlandse Mededingingsautoriteit waaruit blijkt dat boeren door toedoen van de supermarkten consequent te weinig betaald krijgen. Het beeld van oneerlijke prijzen wordt geframed, maar stoelt niet op feiten. Feit is dat een product in de keten allerlei handelingen ondergaat voordat het in het schap ligt. Het wordt geoogst, gesorteerd, vervoerd, gesneden, gewassen, verpakt, gekoeld en gedistribueerd. De kosten hiervan zitten allemaal verwerkt in de supermarktprijs. Je kunt ook niet stellen dat supermarkten buitensporig winst maken. De gebruikelijke netto-winst in de supermarktwereld is al jaren 2 tot 3 procent. Voorts moet je bedenken dat Nederlandse boeren veel exporteren: waarom zou een Nederlandse supermarkt voor hetzelfde product méér moeten betalen dan een Franse?’’

2. Consumenten

,,Er is veel gebeurd op het gebied van dierenwelzijn. Sector en supermarkten hebben met het Beter Leven-systeem een keurmerken voor kippen, varkens en runderen die een beter leven hebben gehad. Ook heb je PlanetProof-gecertificeerde melk. Daar zit dan een kleine meerprijs op die wellicht wat hoger kan. Maar uiteindelijk kiest de consument. En daar zit een probleem. Uit onderzoek blijkt dat er tussen zeggen en doen nogal verschil kan zitten. Lang niet iedereen die sympathiek staat tegenover een hogere prijs voor duurzaam geproduceerd voedsel handelt ernaar. Enerzijds wordt er steeds mee duurzame voeding in de supermarkt verkocht. Anderzijds is het aandeel met zo’n 12 procent nog steeds beperkt.’’

3. Begrip

,,De top van Albert Heijn prááát met boeren. Dat vind ik heel goed. Je moet door die blokkades heen kijken. Boeren weten ook wel dat dat supermarkten niet de oorzaak zijn van de ellende. De oorzaak zit in Den Haag, bij een starre en stuurse landbouwminister Schouten. Natuurlijk, ze heeft de stikstofuitspraak van de RvS op haar bordje gekregen, maar de vraag is hoe los je dat op? Ik vind haar teveel top-down, te weinig verbindend ook. Ze weet de boeren niet vóór zich te winnen, terwijl de sleutel van de oplossing toch echt bij de boeren zelf ligt. Boeren voelen zich nu niet begrepen, niet gewaardeerd. Ze hebben een wereldprestatie geleverd door de stikstofuitstoot in de afgelopen decennia al met tweederde te verminderen. Welke andere sector heeft hen dat nagedaan? Natuurlijk heeft de landbouw een conflict met de natuur, maar dat heeft de bouw ook, dat hebben burgers ook. En jij, als consument met je iPhone en je auto. Denk je dat die zonder uitstoot zijn geproduceerd? We zien de splinter in het oog van de boer, maar niet de balk in ons eigen oog.

4. Politiek

,,Nederlandse boeren opereren voor een groot deel op de Europese markt. Daar hoort een gelijk speelveld te zijn. Dat is er niet. Nederlandse boeren hebben met zwaardere stikstofeisen te maken dan andere Europese boeren. Nederlandse boeren zijn als zwemmers die op de Olympische Spelen met één arm op de rug gebonden meedoen aan de 100 meter borstcrawl. Politici in Den Haag en Europa moeten zorgen voor een gelijk speelveld. De targets, de doelen moeten voor iedereen gelijk zijn, maar Den Haag moet niet opleggen hoe de boeren die moeten halen.’’

5. Lokaal

,,Halveer de veestapel en produceer louter voor de lokale markt, hoor je vaak. Waarom zouden we? De wereldeconomie is georganiseerd in specialismen. Ons land is gespecialiseerd in voedsel. De productieomstandigheden hier zijn ideaal. Nederlandse boeren produceren superefficiënt, met inzet van zo min mogelijk grondstoffen. Denk even na. Als je de veestapel halveert, heeft dat consequenties voor de voedselverwerkende industrie, de logistiek, maar ook voor de kennisinstellingen. Ook agrikennis is een essentieel exportmiddel om de wereld komende decennia te helpen om zo schoon mogelijk te produceren. Zorg dat die basis in stand blijft. Ik vind het daarnaast heel belangrijk dat Europa zijn eigen voedsel produceert. We hebben nu al zeventig jaar geen oorlog meer gehad, maar dat is geen vanzelfsprekendheid. Je eigen bevolking op lange termijn kunnen voeden, is belangrijk.’’