Pabo NHL Stenden in Groningen en Emmen start proef met speciale jonge kind-route (en is daarmee landelijk één van de zes hogescholen)

Tweedejaars Pabo-studenten van NHL Stenden Hogeschool in Groningen en Emmen kunnen na de zomer kiezen voor een speciale richting binnen hun opleiding, waarin de ontwikkeling van jonge kinderen centraal staat.

Het gaat volgens lector Early Childhood Ineke Oenema om een landelijke proef op zes hogescholen, waarin de Pabo-opleiding een opleidingsstroom voor het jonge kind of het oude kind ontwikkelt. Daar wordt al zo’n tien jaar op Pabo-opleidingen over nagedacht, totdat eind vorige maand minister van Onderwijs Arie Slob het groene licht gaf voor het pilotplan.

Onderbouw versus bovenbouw

„Met alle kennis die we hebben is zo’n route niet meer dan logisch”, stelt Oenema. „Kinderen in de onderbouw leren echter op een geheel andere manier dan kinderen in de bovenbouw, weten we uit neurobiologisch onderzoek. Het is gek dat we aan deze neurobiologische ontwikkeling binnen de Pabo nog altijd zo weinig aandacht schenken.”

‘Studenten kiezen zelf voor de nieuwe route’

De nieuwe richting gaat in september van start. ,,Aan alle startende tweedejaars Pabo-studenten wordt gevraagd of zij geïnteresseerd zijn in deze route. De eerste aanmeldingen zijn inmiddels binnen.”

Aan het einde van hun opleiding zetten de studenten hun handtekening onder een generiek diploma, waarmee ze zowel in de onder- als de bovenbouw voor de klas mogen staan. „Het is mogelijk om maar liefst 150 van de in totaal 240 studiepunten te behalen met vakken en opdrachten gericht op het jonge kind.”

Nederland volgt voorbeeld Vlaanderen

Met het groene licht voor de proef krijgt Nederland zes Pabo-opleidingen die vergelijkbaar zijn met hoe men in Vlaanderen het lerarenonderwijs heeft ingericht.

Oenema: „In Vlaanderen kies je bewust voor de Kleuteropleiding, gericht op kinderen van 2,5 tot 6 jaar. Daarnaast heb je de opleiding Lager onderwijs, waarmee je een diploma behaalt om les te geven aan kinderen van 7 tot 12 jaar. Wil je na een aantal jaren voor de klas switchen, dan is het tijd voor bijscholing. Geheel terecht, vind ik.”

Hoe ontwikkelt een kind zich vooral in de onderbouw?

Als het aan Oenema ligt, zou zo’n jonge kind-route op de Pabo ook in Nederland ingevoerd moeten worden. „Jonge kinderen leren sprongsgewijs, weten we uit onderzoek. Motoriek, zintuigen, taalontwikkeling en sociaal-emotionele ontwikkeling in combinatie met cognitieve ontwikkeling. Wat we in de praktijk zien, is dat de focus in de onderbouw vooral ligt op de cognitieve ontwikkeling: woordenschat, letters, cijfers en kleuren kennen. Ieder kind moet zich bovendien volgens de gemiddelde route ontwikkelen. Onzin, geen enkel kind is immers gemiddeld.”

‘We hopen dat minder studenten na het eerste jaar afhaken’

Na een jaar wordt de proef geëvalueerd. ,,Ik hoop dat de specialisatie motiverend werkt voor onze Pabo-studenten. Doel is dat studenten na het eerste jaar kunnen kiezen voor de leeftijdsgroep waarmee ze affiniteit hebben, zodat we hopelijk minder studenten hebben die afhaken. Dat zou een win-winsituatie betekenen voor het gehele onderwijs.”