Draaiorgelman Joris mag de Stad weer in met zijn Dolores

Eindelijk mag hij weer: draaiorgelman Joris ten Have (26) is zaterdagochtend dolblij dat zijn Dolores in de weekenden weer mag zingen in de binnenstad van Groningen. De één vindt het prachtig, de ander een hel. Toch trekt het veel bekijks en is iedereen het er over eens: het hoort bij de Stad.

Hij heeft er druilerig weer bij, maar zijn gezicht straalt. Het is zo’n drie maanden geleden dat hij voor het laatst in het weekend in de binnenstad stond. Vanwege de coronacrisis werd hij geweerd, met het draaiorgel ‘Dolores’ zou hij een obstakel zijn in de straten, waar juist zoveel mogelijk ruimte moest blijven. Onzin oordeelt hij: „heel flauw.”

Start was een kartonnen doos

Hij zit samen met concullega Guus Diekstra en hulp Jan Wiendels te schuilen voor de regen, spelen kan even niet, anders lopen de pijpen vol water. Diekstra is de man die Joris bij de hand nam en hem de fijne kneepjes van het vak leerde. „Toen ik drie jaar was en in de buggy zat, vond ik het draaiorgel al fantastisch.”

Diekstra was maar wat gewillige om dat vlammetje verder aan te wakkeren, hij weet nog hoe de kleine Joris met een kartonnen doos met daarin een cassetteband op de Zuidlaardermarkt stond. Nu maakt Joris zijn eigen muziekstukken van ook hedendaagse nummers. Het duo is goede vrienden, spart met elkaar en trekt ze af en toe samen het land in om andere orgels te bewonderen. Het is maar een klein wereldje.

‘Iedereen moet zijn ding kunnen doen’

„Dat was het laatste”, zegt Joris voor de zoveelste keer als de regen is afgelopen. Dolores mag aan het werk en voor het eerst in maanden blaast ze het Groningse volkslied weer over de Vismarkt en de Folkingestraat. Een ouder echtpaar kijkt verrast achterom, wijst met de wandelstok en luistert naar de volle klanken.

En ook Foske (2) is verrast: „Muziek!” zegt ze tegen mama Dieuwke, wijzend naar het vrolijke apparaat. „Ja, dat is muziek”, beaamt de Stadjer. En aan de verslaggever: „We hoorden het aan de overkant van de markt, dus toen zijn we even gaan kijken. Ik vind het persoonlijk vreselijk.” Toch is de verpleegster blij dat het draaiorgel er weer staat, het brengt reuring. „Super mooi dat alles weer op gang komt. Ieder moet gewoon zijn ding weer kunnen doen.”

‘Het hoort er gewoon bij’

Veel mensen passeren Dolores zo rap als mogelijk, een enkeling maakt een filmpje of een selfie. Er zijn echter ook genoeg die blijven staan, zoals Emmy Huiskes en haar gezin.

Huiskes deint vrolijk mee achter een buggy, met daarin Abel (2) die het stukje cultuur voor het eerst mag aanschouwen. Zijn voetjes bungelen uit de buggy een beetje mee terwijl zijn grote zus Mette (4) het geheel eens goed tot zich laat doordringen. „Vind je het leuk?” vraagt Huiskens haar dochter. Die knikt enthousiast. Emmy: „Ik vind dit leuk, vooral voor de kinderen. Ik heb heel lang in de stad gewoond en dit hoort er dan gewoon bij.”

‘Een echte stad heeft een draaiorgel’

Voor hen heeft de Duitse familie Gottirt zich verzamelt. Vader Christian werkt in de Eemshaven dit weekend is het gezin op bezoek. Of hij het leuk vindt? Ja, in Duitsland kennen ze het niet zegt hij. „Ja, misschien vijftig jaar geleden.”

„Ik vind het heel technisch allemaal”, zegt Anne Marie Muysken. Ze heeft net wat kleingeld uit de portemonnee gevist. Ze woonde vroeger in Wildervank toen ze op familievisite ging in Amsterdam, kwam ze voor het eerst in aanraking met het draaiorgel. „Als meisje van zes jaar vond ik dat geweldig.” Een mening die naar al die jaren niet veranderd is, vat ze het samen in één woord: ‘geweldig’.

Het geldbakje van Joris rammelt weer, maar de inkomsten zijn niet het enige wat hij miste: „Die vrolijkheid. Toeristen die op de foto willen en filmpjes maken die de hele wereld over gaan. Kinderen die dansen. Als je een echte stad bent, dan heb je een draaiorgel.”