Dit is waarom lesboeken over Klaas én Fatima moeten gaan (en het n-woord echt niet kan): 'Alles wat kinderen lezen, beïnvloedt hun wereldbeeld'

Op de Groningse basisschool GSV sloop per abuis een racistische term in het huiswerk van groep 8. In gesprek gaan is in zo’n geval het beste dat je kunt doen, denkt schrijver en docent Coen Peppelenbos.

Peppelenbos geeft les aan de lerarenopleiding Nederlands en schrijft sinds de jaren ‘90 mee aan lesboeken. ,,Toen letten we al heel erg op foute termen en stereotypen, want je wilt niet nodeloos kwetsen. Een woord als ‘neger’ - dat is gewoon niet nodig, waarom zou je het dan gebruiken?’’

‘Je wilt ook geen teksten over vrouwen in de keuken en mannen aan het werk’

Op de Groningse Schoolvereniging (GSV) ontstond een paar weken geleden ophef toen dat woord opdook in een huiswerkopdracht voor groep 8. Een vergissing, meldde de school; de kinderen hadden een kopie gekregen uit een verouderd lesboek, Puzzelen met werkwoordspelling (zie kader). Naar aanleiding van het voorval is in de klas gesproken over racisme.

Schrijver van lesboek baalt

Puzzelen met werkwoordspelling verscheen in 2007 bij uitgeverij ThiemeMeulenhoff en is geschreven door Eva den Boogert en Ofkje Teekens. Het boek is al enige tijd niet meer in de handel. Teekens baalt ervan dat het kennelijk toch nog wel eens gebruikt wordt, juist omdat ze niet achter de zin over ‘negers’ en ‘een blanke jongen’ staat.

Hoe die zin destijds precies in het boekje terechtgekomen is - of hij van haar kwam of haar co-auteur, of misschien van een redacteur van de uitgeverij - weet ze niet. ,,Het is bijna vijftien jaar geleden, en je maakt voor zo’n boek honderden voorbeeldzinnen. Discrimineren is in ieder geval nooit onze bedoeling geweest. Nu zou zo’n zin er ook zeker niet meer doorheen glippen.’’

De best mogelijke handelswijze in zo’n geval, denkt Peppelenbos. Bij gevoelige woorden is de context van belang. ,,Alles wat een kind leest, beïnvloedt zijn of haar wereldbeeld. Je wilt bijvoorbeeld ook geen boek vol teksten over vrouwen die in de keuken staan en mannen die aan het werk zijn. Maar mensen vallen nog wel eens over dingen die je helemaal niet verwacht.’’

Christelijke scholen weigeren boek om verwijzing naar ongesteldheid

Ook met louter goede bedoelingen en een uitgebreide eindredactie kun je lezers voor het hoofd stoten, weet Peppelenbos. In een lesboek Nederlands voor de brugklas, waaraan hij ooit meeschreef, stond een gedichtje over ‘eerste keren’. ,,Voor het eerst naar de grote school, een nieuwe klas, et cetera. En er was een strofe over de eerste keer ongesteld zijn.’’

Peppelenbos zag daar geen been in, maar met name christelijke scholen namen er aanstoot aan. ,,Die wilden meteen het boek niet meer hebben. Dat hadden we nooit verwacht, en het betekende dat de uitgeverij duizenden van die boeken minder verkocht.’’

‘Alleen maar Klaas en Piet leest oubollig’

Alleen al om zo’n financiële strop te voorkomen, zijn uitgeverijen volgens Peppelenbos heel scherp op termen of onderwerpen die gevoelig zouden kunnen liggen. Daarnaast is diversiteit in schoolboeken van belang, vindt hij.

,,Een boek met alleen maar namen als Klaas en Piet komt oubollig over. Leerlingen moeten zich kunnen herkennen in wat ze lezen, of ze nou op een witte school in Eenrum zitten, of een gekleurde school in de Haagse Schilderswijk’’, schetst Peppelenbos. Zijn zus doceert op zo’n Haagse school. ,,Ik heb haar wel eens om voornamen uit haar klas gevraagd om in een boek te gebruiken.’’