Moeder & meer | Annelies Hofmann

JONGENSMOEDER -  

‘De vrouw’ is totaal ondervertegenwoordigd in mijn huis. Geen Barbies, roze, Frozen of K3, maar Super Mario, Splatoon, dino’s en een grote fascinatie voor ambulances, helikopters en Freek Vonk. Ik ben de enige van mijn geslacht thuis en hoewel dat geen vervelende positie is, maak ik als moeder van 3 zoons nog wel eens iets mee waar ik van sta te kijken. De poep- en plasgrappen om mee te beginnen. Een grote hit. Vaak ingegeven door hun vader, die over het algemeen zeer pedagogisch verantwoord bezig is maar graag een uitzondering maakt voor een vieze grap: “wil er nog iemand een glaasje plas bij zijn broodje poep?”. Een makkelijke sleutel tot succes, want de jongens liggen onder de tafel van het lachen. Ze rollen het liefste de hele dag over elkaar heen. Stoeien, duwen, rennen, springen en lawaai maken. Mijn hémel, wat kunnen ze een lawaai maken. Bij voorkeur als wij er al een hele dag op hebben zitten en niets anders willen dan rust en absolute stilte. Ook het fantasiespel van mijn jongens is anders dan dat van de dochters van mijn vriendinnen. Zo riep mijn 6-jarige mij laatst in alle onschuld toe: “mama, ik ga je killen met mijn Nerf”. Ik moest dat even verwerken… Tot er tot mij doordrong dat hij 1) niet weet wat ‘killen’ precies betekent en 2) zijn speelgoedpistool met foampijltjes voor hem een totaal andere lading heeft dan voor mij. En dus fakete ik een fataal schot en liet ik me vallen op de grond. Hij moest er hard om lachen. Die onschuld zal er binnen afzienbare tijd wel een keer vanaf gaan vrees ik. We zullen samen naar het Jeugdjournaal gaan kijken en dat zal hem confronteren met een keiharde wereld. Een wereld die voor hem nu nog bestaat uit school, vriendjes en vriendinnetjes en buiten spelen met klappertjespistolen. Kon het maar zo blijven. Hoe leg je een kind uit wat je zelf eigenlijk amper begrijpt? Ik wacht daar dus nog een poosje mee. En tot het zover is dompel ik me onder in hun belevingswereld en laat ik ze lekker hun gang gaan. Ik ben een jongensmoeder geworden: ik bouw treinsporen, voetbal met ze en ken het hele repertoire van Ernst, Bobbie en de Rest uit mijn hoofd (dat laatste kan trouwens nog wel eens gênant zijn. Zo fietste ik laatste van Groningen naar Haren, om me bij thuiskomst te realiseren dat ik de hele route het liedje ‘mijn konijn’ gefloten had). Ze vragen regelmatig wat ik aan het doen ben als ik ’s ochtends voor de spiegel sta. “Ik ben me aan het opmaken”. “Waarom doe je dat dan, mama?”. “Omdat ik dat leuk vind om te doen en omdat ik vind dat ik er daardoor mooi uitzie”, leg ik hen dan uit. Dat vinden ze héél gek. In hun ogen ben ik de allermooiste en –liefste moeder van de wereld, zelfs als ik net mijn bed uitstrompel met slaapvouwen in mijn gezicht en vogelnesthaar op mijn hoofd. Jongens en hun moeders… dat is iets heel speciaals.