Energietransitie markeren

HAREN - Aan het woord is beeldend kunstenaar Martin Borchert die ik spreek tijdens de open dag van FabLab in de kluisruimten van het voormalige bankgebouw aan de Herebinnensingel in de Stad.

Huidige stadsmarkering

Het kunstwerk Gate Tower Clio van Kurt Walter Forster is in 1990 gerealiseerd langs de A28. Het is een van de negen kunstwerken in het project stadsmarkeringen voor Groningen. Forster baseerde zijn ontwerp op vier elementen: vuur, water, aarde en lucht en drie energievormen: gas, elektriciteit en wind. De titel van het kunstwerk verwijst naar Clio, de muze van de geschiedenis. “CLIO grift de KRONIEK van Groningen in de tijd van CHRONOS,” aldus Forster.

In het kunstwerk wordt dit onder meer verbeeld met zeven lichten die de dagen van de week markeren. Borchert laat de eerste schets en montagefoto van Foster zien. Borchert: “Forster wilde dat de vier elementen water, vuur, aarde en lucht zich tastbaar manifesteerden en de mast moest in een hoek van 5° scheef staan. Uit financieel-technische overwegingen ziet Forster af van de waterfontein, de echte gasvlammen en de scheve hoek van de mast. Het idee van aardgasvlammen vertaalt Forster naar aangelichte metalen namaakvlammen die als windvanen bewegen op draaiende winden. Forster was blij dat hij een elektriciteitsmast kon hergebruiken die tijdens een storm was ingestort. Het element wind komt hierdoor ook in de geschiedenis van de mast zelf terug.

De locatie van het beeld, aan het Noordwillemskanaal waarin het kunstwerk weerspiegelt, compenseert de nevelfontein die het element water moest gaan dragen. Ik heb Foster om toestemming gevraagd voor mijn plan en hij heeft ermee ingestemd. Leuk om te vertellen is dat Foster, die inmiddels 83 jaar oud is, soms in het Nederlands spreekt met mij. Dit heeft hij geleerd, omdat er in de Tweede Wereldoorlog een Nederlands meisje in het Zwitserse gezin verbleef dat weigerde Duits te spreken en zo werd iedereen gedwongen om Nederlands te leren spreken.”

Energietransitie in stappen

Borchert: “De eerste stap in mijn plan is de jaarklok. Het jaartal 1040, het ‘geboortejaar’ van Groningen, op het kunstwerk ondergaat een update en licht op om 10.40 uur. Dit statische jaartal vervang ik door een klok die de levensjaren van Groningen in minuten telt, van 10.40 uur tot en met het huidige jaar, nu 20.18 uur. Daarna telt het in rood af tot 20.35 uur, het jaar dat Groningen CO2-neutraal wil zijn en dat de energietransitie is doorgevoerd. Hierna gaat de klok uit tot de volgende ochtend 10.40 uur uit.

In de tweede stap wordt wind licht en wordt het kunstwerk zelfvoorzienend. Er komen windmolens in de mast die elektriciteit gaan opwekken voor het licht in de zeven vlamcontouren en daarom worden de vlammen blauw geschilderd. Met de ‘schone’ hemelsblauwe vlammen – als silhouetten in blauw tegen de hemel – wijs ik vooruit naar stap 3 en neem ik afscheid van het Groningse gas dat werd verbeeld met de geelrode ‘gasvlammen’. Het Harense ingenieursbureau abt Wassenaar heeft als bijdrage in natura een haalbaarheidsstudie uitgevoerd naar de tweede stap 2 uit mijn plan, met gelukkig een positief resultaat.

De derde stap behelst echt brandend (waterstof)gas, waarbij de namaakvlammen worden vervangen door waterstoflampen. Het waterstofgas daarvoor kan in de mast zelf uit water worden gemaakt met de elektriciteit die de windmolens opwekken. Waterstof is een schone brandstof en brandt daardoor onzichtbaar. Om toch licht te kunnen produceren met een waterstofvlam moeten voor het kunstwerk speciale waterstoflampen worden ontwikkeld. Deze derde stap is een onzeker en echt innovatief proces dat enige tijd vergt. Als het slaagt, gaan wind, elektriciteit, gas en de elementen vuur, water en lucht samen een actieve rol spelen in het kunstwerk en is de energietransitie van de stadsmarkering voltooid.

Mocht het plan verder van de grond komen, dan zie ik een rol weggelegd voor zowel stad en provincie. Het is immers de enige stadsmarkering die na de samenvoeging Haren en Groningen ook de toegang tot de provincie markeert. Bovendien gaat aardgaswinning en energietransitie niet alleen de stad maar ook de provincie aan. Ik vind het niet noodzakelijk maar het opschuiven van het kunstwerk richting tankstation Witte Molen kan een optie zijn en het statement versterken, het moet wel aan de A28 blijven staan.”

Borchert sluit af met: “Ik ben op de gedachte gekomen om ook Hoogkerk en de straks voormalige gemeenten Ten Boer en Haren in de stadsmarkering op te nemen door het ‘geboortejaar’ van deze plaatsen te markeren in de klok door bijvoorbeeld een blauw minuutjaar voor elk ‘geboortejaar’.” Volgens de historische gegevens wordt Haren voor het eerst officieel genoemd in het jaar 1249, dus kan het aftellen voor Haren vanaf 12.49 uur beginnen.