Van Harenermolen langs Glimmen west

HAREN - In meerdere delen neemt gastschrijver Henk Werners uit Haren u mee 'Van Helpman naar Haren'. Deze week van ‘Van Harenermolen langs Glimmen west’ (deel 36).

Vertrekkende bij de Lutsborgweg treffen we aan de westkant van de Rijksstraatweg de historische boerderij aan die vanouds behoorde bij Welgelegen. De hoeve is gebouwd in 1867 en jaren gepacht en bewoond door de familie Bazuin, doch de laatste jaren in andere handen drastisch verbouwd c.q. vernieuwd. In onder andere de zestiger jaren vonden er op de achterliggende landerijen regelmatig provinciale rundveeshows plaats.

Huize de Kooikamp

Even verderop komen we bij de villa bekend als huize De Kooikamp, in gebruik als woonvorm voor mensen (onder andere vluchtelingen) die tijdelijk onderdak nodig hebben. Nadat dit pand in de oorlog gevorderd was door de Duitsers hebben de Canadezen er nog gebruik van gemaakt. Daarna is het een tehuis voor voogdijkinderen geworden. In het begin waren het veelal jongens die er woonden terwijl het tehuis in de jaren ‘50 onder de hoede kwam van de stichting ‘De Opbouwen’. Begin jaren ‘70 werd de opvang een tijdlang ondergebracht bij huize Voorveld, oftewel de Vijverberg.

Weer later werd alles weer verplaatst naar de Kooikamp en toen de Sparwinkel in Harenermolen gesloten werd kwam dat pand er bij onder de naam ´De Vijzel´. In 1989 werd er voor beide gezamenlijk een Stichting opgericht waarin de namen Kooikamp en Vijzel voorkwamen. Een aantal jaren later werd De Vijzel verkocht.

Quintusbos

We belanden inmiddels bij het zogenaamde Quintusbos met aan de ingang het witte Tuinhuis vanouds behorende bij het achterliggende ‘ ‘t Huis te Glimmen’. Deze plaatsbepalende behuizing werd vroeger bewoond en als boerderijtje gebruikt door tuinman G. Vrieling. Aan de laan richting ´t Huis staat de boerenhoeve, met adres Rijksstraatweg, die destijds in gebruik was bij Elema en later bij Everts.

Het Quintusbos wordt trouwens in de volksmond ook wel het roekenbos genoemd, vanwege de grote kolonie kraaien die daar dicht aan de straat jaarlijks nesten bouwt en jongen voortbrengt.

Café Noordberger en Melkfabriek

Nog net voor de Nieuwe Kampsteeg troffen we vroeger op nummer 27 het dorpscafé aan van ‘Noordberger’, later werd dat café ‘Vosbergen’.

Voorbij de Kampsteeg op nummer 29 zat schilder Helder. Daar naast stond de Coöperatieve Stoomzuivelfabriek en Korenmalerij ‘De Toekomst’ van 1896, waarbij tevens een grasdrogerij in gebruik was. De fabriek was aanvankelijk van en voor de Glimmer melkveehouders maar in 1914 kwamen daar door samengaan die van Yde/De Punt bij. Evert Mellens was de direkteur. Na sluiting is de fabriek in 1968 afgebroken.

Bijzondere boerderij en K.I. Stierenstalling

Naast de melkfabriek troffen we eerder de boerderij aan van Visser die na een brand werd voortgezet door schoonzoon Roel Abbring. De nieuwe boerderij die er later verrees had bijzondere kenmerken aangezien de hooi- en werktuigenberging op zolder boven de koeienstal was gesitueerd. Daartoe was achter de boerderij een oprijbaan aangelegd en in de betonnen zolder waren openingen aangebracht waardoor het voer voor de koeien kon worden gedeponeerd.

In de schuren van Visser achter de boerderij waren stieren gestationeerd van de toenmalige ‘K.I. verening Haren e.o.’ Bij het winnen van sperma van de stieren moest men in die tijd soms veel geduld hebben, of wel de stieren hadden er niet altijd zin in om het sperma op een kunstkoe af te staan. De inseminatoren Bontekoe en Spithorst kwamen daardoor, op de brommer, meestal veel later bij de boeren aan die tochtige koeien aangemeld hadden, dan de bedoeling was.

Andere bedrijven

In de dan volgende boerderij op nummer 39 boerde Jan Eisses waar zoon Folkert later woonde. En voorbij de Oude Steeg op nummer 63 stond de boerderij die eigendom was van de kerkelijke gemeente Noordlaren. De opeenvolgende pachters waren Mulder, S. Brouwer en Klaas Hooiveld.

Net voorbij de Brinkweg staat de boerenhoeve die toebehoorde aan de bekende boomkwekerij ‘N.V. De Punt’, die we later nog benoemen aan de Meentweg. In dit pand woonden vroeger Biemolt, ouders van Lo de melkboer in Haren, Willem Rutgers, auteur van twee Glimmer boeken en Buurma. Van laatstgenoemde staat de naam geschreven op een bankje op de hoek van de straat.

Meentweg

Omdat het vervolg van de Rijksstraatweg reeds beschreven staat in een vorig deel slaan we vanaf hier de Meentweg in waar we rechts van de weg als eerste destijds de woning van de bekende boomkweker Freek Vroom aantroffen. Daartegenover de boerderij van Bazuin, opgevolgd door schoonzoon Hotse Visser en nu zijn zonen. Eén boerderij verder op nummer 4 zat Jan Rademaker en later Berends.

Bonte Hoek

De grondlegger van de jaren als bekend staande boomkwekerij de ‘Bonte Hoek’ is Geert Vroom, geboren in 1801 en overleden 1876. Hij legde tevens de basis voor meerdere generaties tuinarchitectuur, achtereenvolgens Melle, Jan sr. en Jan jr. De Vrooms hebben in de loop der jaren furore gemaakt vooral met de aanleg van in Engelse stijl aangelegde slingertuinen, stadstuinen en parken.

Zo’n 100 jaar geleden, namelijk in 1919, kreeg de kwekerij in Glimmen de naam ‘Vroom Tuin en Landschapsarchitecten’. Na aanvankelijke inkoop van plantmateriaal, vooral uit Boskoop, startte Jan Vroom jr. zelf met het kweken van bomen, heesters, coniferen en vaste planten. Met aanvankelijke loodsen aan de Parallelweg verhuisde het bedrijf in 1930 naar de Meentweg. Aldaar zetten de zoons Jan en Freek het bedrijf in 1958 voort, doch splitsten ze het in 1966 in drie zelfstandige bedrijven. Namelijk Tuinarchitecten Bureau Vroom (Jan), ‘De Punt BV’ (o.l.v. Jonkmans) en ‘Bonte Hoek’ (Freek).

In 1989 nam Klaas Poppinga (rechterhand van Freek) het bedrijf de Bonte Hoek over en daarna zijn zoon Joost.

Andere bedrijven

Inmiddels staat de boomkwekerij aan de Meentweg onder de hoede van ‘Noordplant’. In de naastliggende woning en panden is thans het bedrijf van Siesling, gespecialiseerd in onder andere gevelreiniging en renovatie, gevestigd. Aan de overzijde bij de Brinkweg had Ebels vroeger een transportbedrijf en petroleumhandel. Bij de hoek van de Nieuwe Kampsteeg stond de inmiddels afgebroken boerderij van Reinder Wolters. Daartegenover op nummer 22 staat het boerenbedrijf van de familie Ubels die er vroeger ook een zogenaamde schutstal bij had.

Bijzondere bewoners

Zuidelijk naast Ubels woonde vroeger Theododus E. Niemeijer, directeur tabaksfabriek Niemeyer en kamerheer van koningin Beatrix.

Aan de noordkant van het inmiddels daar nieuw gebouwde pand ligt een pad dat naar de plantage leidt alwaar de zussen Madeleine en Marlies Duran in een Stichtingsvorm een voedselbos aanleggen.

Aan de overzijde van de straat, voorbij de Nw. Kampsteeg, staat het vroegere keuterboerderijtje met de naam ‘Moushorn’, alwaar tot 1981 schrijver en illustrator Johan Fabricius woonde. Onder andere bekend van het verfilmde boek ‘De scheepsjongens van Bontekoe’.

Ernaast, wat verder van de weg, staat het huis met de naam ‘Huis ter Aa’ dat in 1922 gebouwd werd voor L.H. Mansholt, afkomstig uit de Westpolder bij Ulrum en vader van oud-Eurocommissaris Sicco Mansholt, die er ook tijdelijk in huis heeft gewoond. Later werd het bewoond door de famile Van Willingen, toen dr. Prins en nu weer in andere handen en in de steigers.

‘t Huis te Glimmen

Het statige historische pand ’t Huis te Glimmen is in de 16e eeuw deels gebouwd op fundamenten van een oud kasteel uit de 12e eeuw. De lange oprijlaan en het bijbehorende Quintusbos stammen uit 1824, genoemd naar de toenmalige bewoner jonkheer R.A. Quintus. Door vererving en aantrouw binnen die familie kwam het landgoed uiteindelijk bij Jacobus de Ruyter de Wildt doordat die getrouwd was met jonkvrouw Henriette Ouintus. Hun vrijgezelle dochter Martina Anna Maria Gerarda Wilhelmina was de laatste telg uit de familie die er woonde tot haar overlijden in 1991.

Enkele jaren voor haar dood had ze de bijbehorende boerderijen, die ook dienst gedaan hebben als bijvoorbeeld koetshuis, verkocht aan de pachters. In het ene dichtbij gelegen bedrijf boerde destijds Schrage en in de andere de familie Knollema, die nu nog in het tuinhuis bij de Meentweg woont.

Het landhuis is verkocht aan de stichting tot ‘Behoud van Particuliere Historische Buitenplaatsen’ en het Quintusbos wordt beheerd door de stichting ‘Landschapsbeheer Groningen’.