Zoete woordjes | Column Jaap Matthijs Jansen

Zo’n 2 weken geleden bezocht ik een klassiek concert in Groningen.

Ik zat op een balkon. Tijdens Beethovens Leonore liet ik mijn blik over mijn zaalgenoten glijden. Wat mij altijd opvalt bij dergelijke aangelegenheden, is dat er ontzettend veel Harenaars op afkomen. Ik herkende weinig stads- en buitenvolk.

Dat heeft niets te maken met geld (zo mijmerde ik op dat moment), maar met culturele verfijning. Omdat Haren zo vaak bezocht wordt door ’s lands groten, torsen de Harenaars een flinke culturele bagage.

Couperus in Haren

Mij staat nog levendig het werkbezoek van koningin Juliana in mei 1954 voor het geestesoog, al die vlaggen en blijde gezichten! Anderen zullen een traantje wegpinken bij foto’s van mr. I.W. Opstelten, die in de herfst van 2012 zo innemend met de middenstand sprak. Nog weer anderen zullen plezierige herinneringen hebben aan het meerjarig verblijf van den schrijver Hermans, of glimlachen als ik rep van René Paas of Rob Jetten.

Héél vrolijk werd ik toen ik kort geleden het verhaal ‘Over Groningen en mijzelven’ van Louis Couperus las. Daarin vertelt deze machtige romancier hoe hij in 1915 een voordracht hield te Groningen. De studenten die hem hadden uitgenodigd, trakteerden de schrijver voorafgaand aan zijn voordracht op een tochtje door onze landstreek. Ik citeer:

‘Dien middag haalden zij mij af om Paterswolde en zijn meer en Haren om te toeren. Het was een windbewogene middag en zij waren zeér bezorgd voor mijn stem, die hen dien avond ‘Psyche’ zoû voor lezen… ‘zingen’, als wel eens met te groote vleiïng mij gezegd wordt. Ik snoepte dus van de pepermuntjes, die zij mij aanboden en nam hunne verzekering aan, dat, zóo ik koû zoû vatten, ik het niet dien zelfden avond zoû doen. En ik genoot, niet alleen van de pepermuntjes maar van den frisschen wind, het frissche meer, de frissche, Groningsche landouwen en het meest genoot ik van hùnne frissche jeugd. […] Onderweg dronken wij twéemaal thee, want steeds waren mijne studenten-gastheren bang voor mijne stem en warme thee was toch eigenlijk meer afdoende dan pepermuntjes. Maar, het is vreemd, als het gezellig en hartelijk is in den wind, vat men geen koû.’

Broertje

Haren, Glimmen en Noordlaren zijn broers, maar zoals dat gaat met broers: de grootste en de kleinste krijgen alle aandacht, de middelste wordt dikwijls vergeten. Glimmen heeft dan ook altijd minder bezoek gehad.

U zult begrijpen, dat wij, Harense concertgangers, vertederd glimlachten toen we in de pauze op onze telefoons lazen dat Anita Meijer en Jeroen van der Boom hadden opgetreden in Glimmen. T

och fijn dat ons broertje ook eens vermaakt wordt. Daarna zochten wij onze plaatsen op het pluche weder op. Verschil moet er zijn.

Ik heb geschrokken kennisgenomen van het overlijden van mijn collega-columnist Arnold Heikamp. Hij was een begenadigd schrijver met een heel groot gevoel voor humor. Mijn diepe medeleven gaat uit naar zijn familie en vrienden.

Jaap Matthijs Jansen​