De Journalist: 'Er zitten nog steeds mensen deuken in de mokken te slaan.'

Haren - "Ja, je had niets te eten in die tijd. Mijn moeder had zulke benen! Ze moest ervoor worden opgenomen in het ziekenhuis."

Oom houdt zijn handen ver uit elkaar. Minstens twintig centimeter. "Hongeroedeem! En daarom haat ik nog steeds de Duitsers!" De Journalist kijkt in het gezicht van de oude man. Meer dan tachtig jaar is hij inmiddels. Diens ogen fonkelen kwaad terwijl de schemerlamp weerspiegelt in het traanvocht. Nog steeds dat gekwetste kind van toen. "Kijk," wijst oom op een foto. "Dat kastje! Daar zat dat vakje met het sleuteltje dat we niet mochten hebben. Daar bewaarde onze vader het wittebrood. En als je geluk had, mocht je af en toe een plakje." Nu worden ook de ogen van De Journalist vochtig. Zo erg is het dus. Honger. Je kan zelfs je eigen familie meer vertrouwen. Het eten achter slot en grendel. Hij had er over gelezen in vaders oorlogsdagboek. Vader was zijn dagboek gestart toen hij dertien was, aan het begin van de oorlog: de luchtlanding van de Duitsers, de oorlogsmaatregelen en de langzame opmars der geallieerden. Steeds meer plaats werd er ingeruimd voor het belangrijkste onderwerp van die tijd, tot het alleen daar over ging: eten. 'Vader naar oom Koos geweest. Geïnformeerd of daar nog wat was. Mud aardappelen.' De volgende week: 'De buren hebben de boom voor ons huis gekapt. Vandaag voor het eerst bloembollen gegeten.' Niet echt vermakelijk leesvoer vond De Journalist, want hij kende de pijn er achter maar al te goed. De oorlog. De Hongerwinter. Twee zwaar beladen onderwerpen binnen de familie. Getekende levens door maar één ding: honger. "Is die rotoorlog dan nooit over?" vraagt moeder iedere keer als die ter sprake komt. Even leek er een periode van beschaving te zijn geweest. 'De oorlog is voorbij. Nu allemaal aan het werk! Het land weer opbouwen!' sloot vader zijn oorlogsdagboek af in 1945. En gewerkt had vader. Knetterhard. Om het land op te bouwen. En dat leek gelukt, goede baan, leuk gezin, welvaart. Een land dat geregeerd werd door degelijke politici die reden in een Opeltje en buitenlands bezoek ontvingen met thee en een kaakje. 'Nooit meer honger.' "Goh, wat heeft hij dat toen al mooi beschreven allemaal," zegt moeder. "Weet je wat het ergste was? Die honger was erg, maar de vernedering was nog erger. Dat je helemaal niets had terwijl die anderen..... Oom: "We liepen bij de gaarkeuken. Je kreeg dan een mok soep, of iets dat daar voor moest doorgaan. En weet je wat die rotzakken deden? Die sloegen deuken in al die mokken, zodat ze aan het eind lekker veel soep overhielden voor zichzelf." Moeder kan weinig anders meer dan radio luisteren, maar volgt de wereld nog steeds met veel belangstelling: "Ik hoor opeens zoveel verhalen van kinderen die met honger naar school moeten. Ouders die geen werk meer hebben. Dat is toch ongelofelijk? Door wie zijn we nu dan bezet? We moeten toch schatrijk zijn? In de jaren '50 en '60 had iedereen genoeg. Nu zijn we nog rijker. Ja, een paar procentjes minder door de crisis. Maar waarom moeten er dan kinderen met honger naar scho...?" Moeder balt haar reumatische handen in machteloze woede..."O, ik vind het zo erg..." Nee, hij gaat nooit over, die rotoorlog. Je haalt het kind uit de armoede. Maar hoe haal je de armoede uit het kind? Vader, moeder, oom en al die anderen..... Oom gromt vol kwade berusting: "Er zitten gewoon nog steeds mensen deuken in de mokken te slaan."