'Daar zou ik willen wonen.' Boek over ZINN en de ouderenzorg

Haren - In 'Daar zou ik willen wonen' vertelt Wil Legemaat het verhaal van de ouderenzorg in Haren. De zorg in Haren blijkt al in de jaren '30 tot de modernste van het land te horen en kan ook nu gelden als een landelijk voorbeeld. Ruim binnen het budget, goed en plezierig.

ZINN bestaat uit acht woonzorgcentra in Haren, Hoogezand en Groningen.  Waarom dit boek? We maken in Nederland een ingrijpende verandering door: de verzorgingsstaat, die we vanaf de jaren zestig hebben opgebouwd, waarin de overheid verantwoordelijk is geworden voor alle zorgbehoeften, van de wieg tot het graf, wordt omgevormd naar een samenleving waarin de mensen weer in de eerste plaats zelf verantwoordelijk worden. Dat is feitelijk de normaliteit van het leven, maar wij zijn verwend geraakt en zo gewend dat de overheid voor alles zorgt dat we zijn gaan denken dat dat de normaliteit is. Die omschakeling kost moeite. En de veranderingen worden voornamelijk negatief in het nieuws gebracht. Terwijl er ook veel positieve aspecten aan zitten en er in Haren in alle woonzorgcentra – niet alleen bij ZINN – uitstekende zorg geleverd wordt. Dit boek beschrijft ruim honderd jaar ontwikkelingen in de ouderenzorg vanuit het perspectief van een zorgorganisatie in Noord-Nederland. Het beschrijft de invloed van de invoering van AOW, Bijstandswet en AWBZ. De invloed van de aardgasopbrengsten en van de hardnekkige woningnood na de oorlog. Je krijgt een helder beeld hoe het allemaal zo geworden is en dan zie je als vanzelf dat het niet zo door kan gaan. Maar ook dat het zo niet door hoeft te gaan, omdat vraaggerichte zorg er anders uitziet dan aanbodgerichte zorg. Hoe kwam ZINN bij jou terecht? Twee jaar geleden had ik het wel eens met de journalist Hein Bloemink over de ontwikkelingen in de zorg. Hein kwam regelmatig bij ZINN en het gesprek kwam op de enorme veranderslag die bij ZINN gemaakt werd, met name op het gebied van nieuwbouw en de kanteling naar een eigentijds woonzorgconcept. We spraken erover door met de directeur Wil Koopmans en zo ontstond het idee: laten we al die ontwikkelingen eens beschrijven en daarmee laten zien dat het in de zorg niet allemaal kommer en kwel is, maar dat de veranderingen juist verbeteringen zijn. Dat het best kan: goede zorg leveren en dat het ook best kan met dit budget. Hoe kwam je aan het materiaal? De geschiedenis van huize Avondlicht is in 1984 uitvoerig vastgelegd door de heer W.K. van der Veen. Ik heb dankbaar gebruik gemaakt van zijn werk. Daarnaast was er archiefmateriaal van De Dilgt in Haren, De Burcht in Hoogezand, de zorgcentra van De Borg en van Coendershof in Groningen. Directiesecretaresse Yvonne Drijver was een geweldige steun. Er waren boeken en kranten. De informatie over sociale verzekeringen en over de rol van de overheid heb ik via internet opgedoken. Bovenal waren er gelukkig mensen die uit eigen ervaring konden spreken. ZINN is springlevend, financieel gezond en goed voorbereid op de nabije toekomst, schrijf je. Dat is een ander geluid dan je vaak over verpleeghuizen elders in het land hoort. Wat is het geheim van ZINN? Op verschillende momenten in de honderd jaar geschiedenis was het van groot belang dat er op cruciale momenten visionaire leiders waren, die het lef hadden door te pakken. ZINN in 2014 is een grote organisatie die 2000 ouderen zorg biedt: de helft zorg aan huis, de andere helft zorg als thuis in een van de zorgcentra in Haren, Hoogezand of Groningen. Ruim 1800 medewerkers en 600 vrijwilligers bieden die zorg. Toch heeft ZINN een zeer bescheiden management: één directeur en enkele clustermanagers, terzijde gestaan door een bescheiden, efficiënt werkende ondersteunende dienst. De werkvloer is belangrijk, daar gebeurt het! ZINN heeft in de afgelopen jaren korte metten gemaakt met de hoge huren die moesten worden betaald aan de eigenaren van de gebouwen, iets wat zo gegroeid was in de loop der jaren. De meeste gebouwen zijn nieuw, eigentijds en eigendom van ZINN en de huurprijzen zijn ongeveer de helft lager dan voorheen. Het mag duidelijk zijn dat als er weinig geld hoeft naar management en huur, er veel overblijft voor de zorg zelf. Door bijtijds en vanuit een heldere visie te anticiperen op de veranderingen in de zorg, is men bij ZINN klaar voor de uitvoering van de Wet Langdurige Zorg. Wat is je het meest opgevallen? Dat is zondermeer het vermogen ogenblikkelijk in te spelen op veranderingen, gepaard aan een indrukwekkende slagvaardigheid van de organisatie. Ik zal een voorbeeld geven. In mei was de tekst van het boek afgerond, maar met het oog op de veranderingen rond de Wet Langdurige Zorg spraken we af in september de laatste hoofdstukken te actualiseren. Kwam ik na de vakantie, hadden ze intussen de ZINN Service georganiseerd, een uitgebreid dienstenpakket, compleet met een prachtige brochure. En alles was al in werking ook. Begin november ging de tekst naar de opmaak en nog voor de drukker klaar was, bleek het Langer Thuis Pakket ontwikkeld te zijn en gereed om uit te delen. Het boek miste al informatie nog voor het klaar was… zo snel gaat het daar. Wat heeft je het meest geraakt? De plezierige, levendige en opgewekte sfeer in de woonzorgcentra. De respectvolle en positieve bejegening van de bewoners door het personeel. Alles is erop gericht het de bewoners mogelijk te maken hun individuele leven op hun eigen manier te laten voortzetten. En dan zie je dat ongemakken en zorgbehoefte lang niet altijd ten koste gaan van levenslust. Ik kom er altijd vrolijk vandaan. De titel intrigeert. De meeste mensen willen niet in een verpleeghuis wonen. De titel heeft een iets andere achtergrond. In de jaren dertig van de vorige eeuw was het een uitgangspunt bij de bouw van huize Avondlicht. Tot dan toe sliepen de bewoners van gasthuizen op slaapzalen en droegen zij uniforme kleding, mochten hun eigen meubels niet meenemen. De diakenen wilden in Haren een huis bouwen waarin de verzorgden hun eigen zitkamer met aparte slaapkamer hadden, waarin zij te midden van eigen spullen op hun eigen manier hun leven konden leiden, met goede verzorging. Het moest een huis wonen waar de diakenen zelf wel zouden willen wonen. Het leuke is dat tachtig jaar later in het strategisch beleidsplan van ZINN het zelfde uitgangspunt van kracht is, al hebben de bestuurders van nu er een generatie tussen geschoven: die willen een woon- en zorgomgeving creëren waar je je eigen ouders aan wilt toevertrouwen. Ik denk dat het niet beter kan: als je daarnaar streeft, dan is het resultaat optimaal. Het boek ‘Daar zou ik zelf willen wonen’ telt 164 pagina’s, is rijk geïllustreerd en prachtig vorm gegeven door Koos Staal. Het voorwoord is geschreven door staatssecretaris Martin van Rijn. Gedrukt bij drukkerij De Marne en vanaf 6 januari te koop bij De Dilgt in Haren en bij boekhandel Boomker.