"Ik denk niet pluis.' Mathilde Levinga schrijft boek over leukemie en het leven

Haren - Pluizebollen. Een mooi woord, maar voor Mathilde Levinga stortte haar wereld in toen ze het 5 jaar geleden hoorde. Ze schreef er het boek 'Ik denk niet pluis'over.

"Het ging al een tijdje wat minder. Ik dacht eerst dat ik moe was, omdat ik wat ouder werd, of te druk was. Tijdens een vakantie in Thailand werd ik echt moe. Heel moe. Dat was helemaal niet iets dat bij mij paste. Terug in Nederland kreeg ik er koorts bij. We waren bang dat het malaria was, maar dat bleek het niet te zijn. Wat dan wel? Toen we er eindelijk achter kwamen, stortte mijn wereld in," vertelt Mathilde Levinga. Diagnose Ze is een vrouw van nu negenenveertig met een leuke baan in het ziekenhuis. Man, drie kinderen, prachtig huis aan het randje van Onnen. Vijf katten en een twee honden. Het lijkt het perfecte gezinnetje. Tot daar opeens de diagnose komt: pluizebollen-leukemie. De ziekte wordt zo genoemd omdat witte bloedlichaampjes lange harige uitlopers produceren. En dat is niet goed. De witte bloedlichaampjes zijn onmisbaar zijn voor de afweer tegen ziekten. Mathilde: "Kanker, om het samen te vatten. Als je zoals ik in de medische wereld werkt, dan weet je wel zo ongeveer wat er gaat gebeuren, maar toch stort je wereld in, en je gezin erbij. Opeens was ik patiënt van de internist waar ik tot die tijd altijd naast zat te vergaderen. Ik was zelfs aan het werk toen ik de uitslag kreeg. Het was niet te bevatten. Anderen geloofden het ook niet, want ik was 'iemand die nooit wat had." Zeldzaam Pluizebol-leukemie wordt in ons land slechts ongeveer vijfendertig keer per jaar geconstateerd, en dan vooral bij mannen van boven de vijftig. De ziekte is moeilijk vast te stellen en wordt behandeld met chemotherapie: "Het werd bij mij bevestigd door beenmergpunctie. Er volgde een chemokuur van een week. Ik bleek bovendien allergisch te zijn voor antibiotica en na lang zoeken is er een alternatief gevonden, wel moest ik daarom nog een jaar lang verneveld worden voor mijn longen. Ik werd er dood- en doodziek van. Na ongeveer vijftien dagen vanaf de chemo, kreeg ik er koorts bij, wat een nieuwe opname betekende. Met bloedtransfusies. Maar gelukkig sloeg de behandeling aan en maakte mijn lichaam weer zelf witte bloedlichaampjes. Na een tweede beenmergpunctie bleek dat mijn leucocyten - witte bloedcellen - zich weer keurig gedroegen en normaal waren. Lichamelijk ben ik hersteld, maar daarna hield ik wel nawerkingen van de chemo, zoals verminderde concentratie en vergeetachtigheid." Schrijven Na het lichamelijk herstel zette Levinga zich aan het schrijven: "Mijn gedachten en mijmeringen in dagboekvorm. Mijn boek gaat over het herstel en mijn dromen. Maar ook over eten, want er staan ook recepten in om te koken. Ik leefde voor mijn ziekte al heel bewust, maar sindsdien nog meer. Ik ben ook bezig met een opleiding tot voedingstherapeut en orthomoleculair deskundige. Is dat interessant voor andere mensen om te lezen? "Ik denk het wel. Ik laat mensen een stukje meekijken in mijn leven. We zitten in een leeftijd dat veel mensen hetzelfde hebben, of hebben gehad. Het gaat over die ervaring: jouw leven staat stil terwijl dat van anderen verder gaat. Wat doet dat met je? En ondertussen heb je je rol als moeder, minnares en dergelijke, terwijl jij stil staat, door je ziekte. Ik schrijf daar heel open over, ik probeer in mijn boek taboes te doorbreken, ook voor andere mensen." Zoals? Mathilde glimlacht vriendelijk maar geheimzinnig. "Dan moet je mijn boek maar lezen..." Ik denk niet pluis, Mathilde Levinga, Uitgeverij Boekscout. Het boek is verkrijgbaar vanaf vrijdag 31 oktober en wordt vrijdag 14 november van 17.00- 19.00 uur gepresenteerd bij Bruna Haren. ren.