Haren Draait Door: Wachten op de winter

Haren - Zaterdag fietste ik voor wat boodschappen even richting dorpscentrum. Buurman zat lekker op een stoeltje voor de deur, precies in de strook waar de zon lekker scheen. We keken elkaar aan, ik riep iets en hij riep iets terug. “Lekker?” ”Lekker!” We begrepen beide waarom het ging.

Het lange verhaal dat al vroeg in het voorjaar begon met opmerkelijk vroege warme dagen en een prachtige zomer. Een zomer die maar niet wilde ophouden, ondanks wat lekkere buitjes tussendoor. En nu, het was uiteindelijk al de eerste dag van november, had ik een te dikke jas aangetrokken. En het leek verdikke buiten wel warmer dan binnen! Omdat ik ook nog even naar de stad wilde fietsen, om een uitvaartbeurs in de Martinikerk te bezoeken (Licht op de dood), bleef ik de hele rest van de dag last houden van die iets te dikke jas. Eenmaal aangekomen op de Grote Markt parkeerde ik de fiets in de fietsenkelder, en toog naar de Martinikerk. Beetje bezweet (die dikke jas, begrijpt u vast) en het is dan niet zo lekker om de jas uit te trekken. Je loopt dan weer te rillen met je jas onder de arm. Ja, thuis eenmaal die foute jas aan is de hele dag gedoe. Weer naar huis fietsend zag ik dat er wel meer mensen isolatief en calorisch wat in de war waren. Ik werd ingehaald door iemand in zo’n michelinpopjas. En een man in een auto nota bene had een sjaal om. Allemaal abuis over de aan te trekken kledij. Onzeker over de jas, als ik. Tot ik me realiseerde dat het om de winter ging. We wachten op de winter, en trekken daarom een te dikke jas aan. Omdat het al november is. Volgens mij begint dat als de wintertijd ingaat. Goede reden om die wintertijd gewoon af te schaffen. Me dunkt! Bart Flikkema