Interview: Cees Bolle schrijft dichtbundel over Alzheimer

Haren - Het vermoeden van een glimlach

Nu zit je voor me, afgewend gezicht en strak, geen teken van herkenning, geen glinstering of handgebaar. Een woordeloos verwijt veel van verlatenheid, ik was er veel maar werd van partner tot passant. Een enk'le maal herkreeg je oog zijn glans, leek je me te zien. een plooiing rond je lippen het vermoeden van een glimlach. Was dat genoeg als teken in een gesloten niet gewenst bestaan. Het is zijn tweede dichtbundel. Niet ontstaan vanuit een drive om dichter te worden. Nee, de emoties en ervaringen moesten er uit. Cees Bolle publiceert zijn tweede dichtbundel 'Het Vermoeden van een Glimlach," gewijd aan zijn vrouw die de ziekte van Alzheimer kreeg. "Op een avond was mijn vrouw een avondje uit geweest met drie vriendinnen. Toen ze terugkwamen zei één van de vriendinnen me 'vreemd, je vrouw was aan het vertellen en midden in het verhaal hield ze op. Ze leek opeens niet meer te weten waar ze het over had.' Na onderzoek bleek dat mijn vrouw een kleine tia had gehad. " Het was het begin van een lang ziekteproces dat steeds meer tussen Bolle en zijn vrouw kwam te staan. "Mijn vrouw had Alzheimer met progressieve afasie.  Op het laatst kon ze haast niet meer praten. In het begin wilde ze niet naar het Alzheimer Centrum. Ze was bang voor de diagnose. Dan werd het zeker, ze wilde die bevestiging niet. Ze was altijd een actieve vrouw geweest, en dat bleef ze zolang het kon. Op een avond gingen we naar het afscheid van Jan Geert Vierkant van het Noord-Nederlands Orkest. Ze hield van muziek. Die avond viel ze. Aan het eind van de avond bleek dat ze een gebroken heup had. Toen wilde het echt niet meer om haar langer thuis te houden en hebben we een plek voor haar gevonden in De Cirkel van verzorgingstehuis De Dilgt. Daar is ze geweldig verzorgd." Rotterdam In 1949 werkte Bolle als dienstweigeraar op het Drentse platteland. Volstrekt nutteloos werk maar het had één voordeel. Hij ontmoette er Dick Hillenius, een echte dichter. "Daar kreeg ik voor het eerst het besef dat er echt dichters bestonden, dat ik er één kon aanraken." Ook ontmoette hij er een 'ontzettend aardige hoofdzuster.' Cees dacht dat hij het daar wel aardig wat jaartjes mee kon volhouden. En gelijk had hij. De twee trouwden in Rotterdam en na een studie Nederlandse Taal- en Letterkunde  werd Bolle adviseur voor het voortgezet onderwijs in Groningen. Drie kinderen kreeg het gezin dat zich in Haren vestigde. "Toen we wisten dat het alzheimer was, heb ik mijn vrouw zolang mogelijk thuis verpleegd. Door de afasie viel de taal tussen ons weg. Er bleef alleen maar taalloze communicatie. Je kent elkaar en kijkt elkaar aan. Maar ook dat wordt langzaam moeilijker. Vandaar de titel van mijn dichtbundel '.' Toen ze was opgenomen in De Dilgt, ben ik daar vrijwilligerswerk gaan doen. Ik ging er iedere avond heen. En toen was ze er niet meer. Een zwart gat. Ja, ik deel een forse hoeveelheid herinneringen met mijn kinderen. Maar wat er dan overblijft is leegte." Het woordeloze in woorden Wat er verder overbleef? Een flink aantal gedichten die Bolle schreef tijdens en na het ziekteproces van zijn vrouw. Pogingen het woordeloze te vangen in woorden. "Het is ook intrigerend wat voor binding je krijgt met de mensen in de verzorging, en wat voor invloed dat heeft op je dagelijkse gang van zaken. Ik kom er nog steeds regelmatig en ga er dan wandelen met bewoners of breng haring voor ze mee." Zijn eerste dichtbundel werd gepubliceerd in een -volgens hem zelf - 'verwaarloosbare' oplage: "Deze gedichten heb ik opgestuurd naar een echte uitgever waarvan ik het fonds mooi vind. En tot mijn verbazing wilde hij het uitgeven. Ik krijg nu goede reacties van mensen wier literair-kritisch inzicht ik waardeer. Kennelijk zijn mijn gedichten ook literair gezien de moeite waard. Maar al doen dingen als het ritme er toe, het gaat toch om de tekst, om de betekenis. Met minimale middelen, door een ongewone opmaak of afbreking die aandacht van de lezer op iets richten. Ik ben daar erg mee bezig geweest door de afasie van mijn vrouw. Hoe communiceer je zonder taal?  Kunstenaar Jan Steen heeft er op mijn verzoek tekeningen bij gemaakt die ik prachtig vind." , Cees Bolle, Uitgeverij kleine Uil, 2014