Als schaken in je bloed zit

GRONINGEN

Schaker Jorden van Foreest (17) werd onlangs verkozen tot Groninger sporttalent van 2015. Het jaar waarin hij, als jongste Nederlander ooit, schaakgrootmeester werd. “Zelfs tegen de besten heb ik wel een kans.”

GRONINGEN Toen Jorden als zesjarige zijn allereerste zet deed, was hij niet op slag verliefd op het spel. “Mijn vader leerde mij schaken uit een heel simpel boekje. Hij beloofde dat als ik het boekje had doorgewerkt, we een drankje zouden doen in het schaakcafé. Dat motiveerde mij wel om het boekje uit te lezen. Alleen dat schaakcafé hebben we nooit gevonden. Daarna heb ik één keer een toernooitje ergens gespeeld. Maar dat vond ik helemaal niet leuk, en daarna heb ik drie jaar lang niet meer geschaakt.” “Maar wel op de schaakclub”, vult zijn moeder Sheila aan, die aan de gezellige keukentafel met een half oor meeluistert. “Hij speelde geen toernooien, maar hij zat gewoon op de club.” Niet-schaken betekent in het gezin van Foreest dus niet dat je nooit een schaakstuk aanraakt, maar meer dat je er niet bevlogen mee bezig bent. Want iedereen in het achtkoppige gezin van Foreest schaakt in meer of mindere mate. En Jordens betovergrootvader en diens broer waren zelfs beiden drievoudig Nederlands kampioen. Bij Jorden sloeg uiteindelijk de vonk pas over nadat hij op zijn negende meedeed aan een schoolschaakkampioenschap. “Ik ging daarna meer potjes spelen en toernooien doen. Ook begon ik veel schaakboeken te lezen en opgaves te maken. Op een gegeven moment ging ik elke avond naar bed met een schaakboek, anders kon ik niet slapen.” Toch droomde Jorden er niet van ooit schaakgrootmeester te worden. “Ja, misschien wel zoals alle jongetjes ergens van dromen, maar niet dat ik het als echt iets realistisch zag. Ik dacht eigenlijk nooit dat ik het zou worden totdat ik er heel dichtbij was.” “Ik speelde op mijn twaalfde een jaar op hoog niveau en daarna stond ik een jaar stil. Dus er moest toch nog wel wat werk gebeuren voor de grootmeestertitel. Maar in het jaar daarop, waarin ik ook Europees jeugdkampioen werd, won ik ineens heel erg veel punten. Hierdoor kwam het onverwachts heel snel erg dichtbij.” In september 2015 werd hij de jongste Nederlandse schaakgrootmeester ooit. Hij was toen zestien jaar en vier maanden. “Maar aan grootmeester-zijn heb je nog niet heel veel als je je beroep ervan wilt maken. Bij de grootmeesters begint het pas. Want er zijn nog tweeduizend andere spelers op deze planeet die het ook zijn.” “Toen ik lager stond was ik heel erg bang voor grootmeesters. Dus misschien dat tegenstanders inderdaad nu ook meer respect voor mij hebben. Maar het is niet zo dat die titel mij opeens meer zelfvertrouwen heeft gegeven. Ik weet dat ik niet van iedereen direct hoef te verliezen en dat ik zelfs tegen de besten wel een kans heb. Maar dat vertrouwen in mijn spel heb ik altijd wel gehad.” Op een gemiddelde dag traint Jorden zo’n zes uren. Dat doet hij vooral met de computer. Daar heeft hij een grote database met schaakpartijen op staan van alle topspelers. Die informatie gebruikt hij om openingen te bestuderen en om zich voor te bereiden op de speelwijze van zijn tegenstanders. “Ook schaak ik wel online. Je speelt dan meestal één minuut per persoon, dus een partij kan maximaal twee minuten duren. Terwijl normale partijen soms wel zes uur duren. Dus het is de vraagof zo oefenen wel goed is, want misschien ga je in het normale spel daardoor wel te snel zetten.” “En twee keer per week heb ik training met een schaaktrainer. Mijn broertje Lucas, die ook heel goed kan schaken, is er dan ook bij. Dan gebruiken we vrijwel nooit een computer. We bespreken dan partijen van onszelf of van wereldkampioenen, met een schaakbord ernaast. Het is ook fijn om het af en toe zo driedimensionaal te zien en niet op een computer, want tijdens een partij zie je het ook zo.” Naast de schaaktraining volgt Jorden van 11:00 tot 16:00 onderwijs op de Topsport Talentschool in Groningen. Tenminste als hij niet een toernooi speelt ergens in Nederland of Europa. Want op deze middelbare school voor sporttalent kan hij makkelijk vrij krijgen voor sportactiviteiten. Zo kwam hij dit schooljaar pas in november voor het eerst op school. “Maar zo stapelt het huiswerk zich wel op. Ik doe het vwo, dat haal ik net.” “Als schaker moet je het meeste werk doen als je nog jong bent, als je oud bent dan gaat dat niet meer zo goed.” En een studie kan volgens Jorden altijd nog. “Over tien jaar? Dan hoop ik in de top-30 te staan van de wereld.” En heeft hij ook gemengde gevoelens bij het schaaktalent van zijn broertje Lucas? “Hij speelt nu toevallig eventjes goed, maar hij wordt nooit beter dan ik.” Glimlachend: “Maar nee, als hij goed speelt vind ik dat alleen maar leuk natuurlijk.” “Ja, behalve als hij goed speelt tegen jou”, roept zijn vader vanuit de keuken. Door Arjen J. Zijlstra

Auteur

admin